Doorgaan naar hoofdcontent

Heb je risico op burn-out? Doe de test!

Via de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg vind je een instrument voor de vroegtijdige opsporing van burn-out. Ze is ontwikkeld door de universiteiten van Luik en Gent, en AristA heeft er ook aan meegewerkt.

Het werkmiddel is bedoeld voor de huisarts of arbeidsgeneesheer, of een psycholoog of andere therapeut, die deze lijst kan invullen samen met de patiënt/werknemer. Het eerste deel bevraagt een reeks symptomen. Het tweede deel beoordeelt in hoeverre het verband houdt met of veroorzaakt wordt door het werk.

Ik geef de belangrijkste informatie bij deze hier weer, dan kun je zelf al eens inschatten of een gesprekje met een arts of andere therapeut aangewezen is.


De vragenlijst bestaat uit 21 vragen, en is in drie categorieën onderverdeeld: 

  • Fysieke symptomen
  • Cognitieve en affectieve symptomen
  • Gedragssymptomen

Voor elke vraag dien je aan te duiden of je het bevraagde symptoom slechts zelden vertoont, een paar keer per maand, minstens één keer per week, of elke dag.


Toch nog even een algemene bemerking: het is mijn persoonlijke inschatting dat dit screeningsmiddel te gevoelig is, en hierdoor veel vals-positieve resultaten kan geven. Met andere woorden, het geeft een overschatting van je risico op burn-out. Dus als je op basis van je antwoorden op onderstaande vragen hoog scoort, moet je niet gaan wanhopen.*

*Want dat geeft een verhoogd risico op burn-out.



Okee, hieronder dus de vragenlijst. Geef voor elke vraag weer hoe vaak je het beschreven symptoom ervaart.

A. Fysieke symptomen


  1. Slaapstoornissen: je voelt een spanning bij het moment van het slapengaan, je hebt moeilijkheden om in te slapen, je hebt slapeloosheid, een vermoeidheid bij het ontwaken, een algemeen slechte slaapkwaliteit, je wordt regelmatig wakker.
  2. Gedaalde energie: je voelt een daling van je energieniveau, zowel fysiek als emotioneel.
  3. Neurovegetatieve/functionele klachten: je ervaart cardiovasculaire, respiratoire, spijsverterings- of pijnklachten (duizelingen, hartkloppingen, hoofdpijn, buikpijn, ...).
  4. Ernstige vermoeidheid: je voelt je moe zonder te kunnen recupereren; je voelt je genoodzaakt te rusten, maar dat helpt niet.

B. Cognitieve en affectieve symptomen


  1. Gedaalde motivatie: je intrinsieke motivatie lijkt te verdwijnen, je ervaart een verlies van enthousiasme en interesse voor je werk.
  2. Frustratie: je vertoont verhoogde persoonlijke gevoeligheid, je kunt weinig ergernissen verdragen.
  3. Prikkelbaarheid: je hebt een verhoogde persoonlijke gevoeligheid, je bent snel nerveus en prikkelbaar.
  4. Depressieve stemming: je ervaart een gevoel van droefheid, lusteloosheid, verlies van zin in het werk.
  5. Dualiteit; het werk verlaten of blijven?: je voelt een ambivalentie tussen de wil om te vechten om actief te blijven en de uitputting die je aanzet tot het verlaten van je werkomgeving.
  6. Angst: je ervaart een gevoel van schrik, onveiligheid, spanning, ongerustheid met betrekking tot toekomstige situaties.
  7. Gedaalde zelfwaardering: je vindt jezelf minder waard.
  8. Gedaalde concentratie: je hebt moeite om de aandacht te behouden.
  9. Gedaald competentiegevoel: je hebt het gevoel niet doeltreffend te zijn, je behaalt je eigen doelstellingen niet.
  10. Gedaald controlegevoel: je ervaart een gedaalde persoonlijke of psychologische controle bij alle aspecten van je werk.
  11. Gedaald geheugen: je hebt moeite om informatie te onthouden, je vergeet veel, je verliest je automatismen.
  12. Gedaalde idealisme: je voelt een verlies van je professionele idealen, van je werk-gerelateerde waarden, je ervaart een conflict tussen de realiteit en het ideaal, je hebt een algemeen pessimisme.

C. Gedragssymptomen


  1. Attitudeverandering t.o.v. anderen: je vertoont cynisch, ontmenselijkend gedrag, een vermindering van je empathisch vermogen.
  2. Neiging zich te isoleren: je houdt je afzijdig, je vermijdt contacten en samenwerking op de werkplaats.
  3. Absenteïsme: je hebt regelmatig korte of lange afwezigheid wegens ziekte.
  4. Gedaalde performantie: je bereikt je objectieve productie- en efficiëntiecriteria moeilijk of niet.
  5. Agressiviteit: je vertoont vijandig gedrag t.o.v. anderen.


Heb je alle vragen naar waarheid beantwoord? Voor de gedragssymptomen kan het nuttig zijn dat je naar de indruk van personen uit je naaste omgeving peilt.*
* Maar wees niet te agressief in je vraagstelling!

Hoe vaker je hebt aangeduid dat je bepaalde symptomen dagelijks of wekelijks hebt, hoe verder de (potentiële) burn-out gevorderd is (well duh). Wanneer je bij minstens acht symptomen hebt aangeduid dat je de klacht een paar keer per maand hebt (of vaker), dan "is de burn-out al in een gevorderd stadium en is een snelle behandeling van de werknemer nodig". Zoals ik hoger al heb aangegeven, dat lijkt me wat kort door de bocht. Maar het is desondanks wellicht nuttig dat je in zulk een geval eens te rade gaat bij een specialist ter zake voor een grondiger onderzoek.


Het volledige instrument voor de vroegtijdige opsporing van burn-out vind je hier, in pdf; de gebruikershandleiding, eveneens in pdf, hier.

Populaire posts van deze blog

Moderne lotusvoeten

Vandaag verscheen een artikel op VRT NWS , dat schoenen met hoge hakken (voorlopig) lijken te hebben afgedaan. Nu kan ik eindelijk een tekst die ik al sinds begin 2020 als "draft" heb staan, publiceren! Wanneer we lezen over de praktijk van het voetinbinden in het oude China, gruwelen we van zulke barbaarse martelpraktijken. Hoe heeft een schoonheidsideaal ooit in zulke mate kunnen ontsporen? Nochtans bezondigen wij ons aan gelijkaardige praktijken, alleen is het moeilijker om zulke dingen objectief te beoordelen, wanneer je zelf in die cultuur verweven zit. Voetinbinden Ik ga dit cultureel gegeven toch even kaderen. De praktijk van voetinbinden heeft zich in China ontwikkeld tijdens de Tang-dynastie (618-907 na Chr.). Het hield in dat men bij jonge meisjes de voeten omzwachtelde. De vier kleine tenen werden naar binnen geplooid en braken uiteindelijk vanzelf. De grote teen bleef recht. Het resultaat was een "lotusvoetje". Dit gold als een teken van wels

Goed nieuws en slecht nieuws

Wat wil je het eerste horen? "Okee, ik heb goed nieuws en slecht nieuws." Je hebt deze zin ongetwijfeld zelf al eens gebruikt. Ik zelf ook; als arts, als ouder en als manager. En waarschijnlijk heb je dezelfde neiging als ik: je begint liefst met het goede nieuws. "Okee, even de resultaten overlopen. Laat ons beginnen met het positieve..." (vriendelijke glimlach) "Ja, algemeen beschouwd waren je jaarresultaten heel goed. Zoals je kunt zien in deze grafiek, scoor je duidelijk boven het gemiddelde, op alle gemeten parameters. Maar -" "Wat zijn parameters, papa?" Tja, mijn jongste dochter is nog maar net vier, ik moet regelmatig dergelijke woorden uitleggen.  Maar plaats jezelf eens in de positie van een student die de uitslag van haar testscores gaat krijgen, of een patiënt die van zijn dokter de resultaten van een bloedanalyse te horen zal krijgen. Denk er echt over na. Wat wil je het eerste horen, het goede nieuws of het slechte ni

Jicht en jus (d'orange)

Recent heb ik gelezen dat softdrinks een jichtopstoot kunnen veroorzaken! Drinken van twee gesuikerde softdrinks per dag zou de kans op een jichtopstoot met 85% doen stijgen. Het vruchtsuiker (fructose) is verantwoordelijk voor dit verhoogd risico, dieetdranken geven geen probleem. Ook andere producten die fructose bevatten (fruitsappen, appels en sinaasappels) geven een verhoogde kans op jicht!? Kijk, dat is dus nieuw voor mij. In alle overzichtslijstjes voor jichtlijders vind je net terug dat je fruit naar believen mag nuttigen. Snoepjes die fructose bevatten moet je dan weer vermijden. Ja, het wordt soms verwarrend. Jicht is een reumatische aandoening. Ze is al heel lang geleden beschreven.  De Griekse geneesheer Hippocrates had het er 25 eeuwen geleden al over. Men dacht wel altijd dat jicht een gevolg was van een overdaad aan alcohol en rijkelijke maaltijden. De jichtlijder kreeg alle schuld voor zijn ziekte in de schoenen geschoven. Maar het is een te hoog urinezuurgehal