Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Er worden posts getoond met het label Laboratoriumtests

Verhoogde loodwaarden bij kinderen in Antwerpse stationsbuurt

Recente metingen tonen aan dat kinderen uit de Antwerpse stationsbuurt verhoogde loodwaarden in hun urine hebben, wat zorgen baart over de lokale bodemvervuiling en industriële activiteiten. Dit artikel biedt een gedetailleerde blik op de situatie, inclusief de bevindingen van professor Ben Nemery, reacties van betrokkenen en geplande verdere onderzoeken. Afbeelding: Overzicht bodemonderzoeken omgeving met verhogingen zware metalen. Bron: OVAM. Onderzoek door OVAM In 2022 startte OVAM, de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, met een bodemonderzoek in en rond de Jacob Jacobsstraat na aanwijzingen van verhoogde zware metalen in de bodem. Dit was geïnspireerd door een bodemstaal van een moestuinproject, wat leidde tot een uitgebreide analyse in de omgeving. OVAM ontdekte verhoogde niveaus van zink, nikkel en andere zware metalen in verschillende grondmonsters. In maar liefst zeven stalen overschreed de loodconcentratie zwaar de bodemsaneringsnorm. Voor zink was dat in tien s...

Zwangerschapswens? Dan laat je best dit op voorhand testen

Onlangs zat ik in een overleg van de Werkgroep Onderwijs* met de interne preventieadviseurs van de verschillende onderwijskoepels, en het kwam ter sprake dat kleuterleidsters met een zwangerschapswens eigenlijk best op voorhand een bloedafname zouden laten uitvoeren, om na te kijken of ze wel beschermd zijn tegen de gevaarlijkste infectieziekten. Maar eigenlijk geldt dat voor alle vrouwen. Een kort overzicht. Tijdens de zwangerschap zijn er een aantal infectieziekten die een risico inhouden voor het ongeboren kind. Sommige werknemers hebben een beroepsmatig verhoogd risico op besmetting. Ben je niet beschermd? Dan moet je tijdens de zwangerschap uit dit risico verwijderd worden, conform het KB Moederschapsbescherming. De werkgever is hier niet altijd mee opgezet; het werkrooster moet stante pede helemaal omgegooid worden. Kan geen aangepast of ander werk voorzien worden? Dan wordt de werkneemster tijdelijk geschorst. Geen andere optie; dit advies van de arbeidsarts is abs...

Prikongeval - Controle van de bron

Onlangs heb ik in een onderneming de procedure rond prikongevallen onder de loep genomen. Er was op zich niets mis mee, maar er ontbrak toch een heel belangrijk aspect: de controle van de serostatus van de bron. Ik vond het zo merkwaardig dat dit in de procedure ontbrak, dat ik gegoogeld heb naar voorbeelden, en ook hier ontbrak dit onderdeel nogal eens. Dus schrijf ik er hier eens even over. Heb je bloedcontact gehad, dan geven de procedures wel steevast aan dat je het slachtoffer moet controleren op hepatitis B, hepatitis C en HIV. De precieze schema's variëren nogal eens, en ik ga er hier niet in detail op ingaan. Maar sowieso duurt het bij een effectieve besmetting nog weken voordat het lichaam voldoende antistoffen heeft aangemaakt die detecteerbaar zijn bij een bloedtest.  Veel zinvoller is het om (waar mogelijk) de bron op deze infectieziekten te controleren. Meestal weet je wel wie dat is (de meeste prikongevallen gebeuren bij het recappen van de naald die ...

Reputatiemanagement

Ondertussen blog ik al zo’n acht jaar - zo'n tweetal artikels per maand. Op datum van schrijven staan er 238 artikels van mijn hand online, en heb ik 250 à 300 bezoekers per dag. Dat laatste wil ik nuanceren: een aantal zeer gespecialiseerde artikels, bijvoorbeeld over calciumhydroxide, krijgen wereldwijd veel Google-hits. Het is dus niet zo dat ik een schare trouwe volgelingen heb die dagelijks naar mijn blog surfen op zoek naar de nieuwste filosofische overdenkingen van hun favoriete bedrijfsarts.   Aan de andere kant... de wereld van de arbeidsgeneeskunde is relatief klein. Nogal wat collega’s zijn op de hoogte van mijn blog, en lezen op zijn minst af en toe een artikel. Paradoxaal genoeg publiceer ik hierdoor minder vaak. Ik ben me er namelijk meer van bewust dat wat ik schrijf, een nadelig effect kan hebben op mijn huidige, ongetwijfeld glorieuze reputatie. Vroeger kon ik nog vrijuit fulmineren over kafkaiaanse wetgeving die een goed welzijnsbeleid eerder teg...

Urinezuur

Mijn artikelen over laboratoriumtests  zijn acht (!) jaar na publicatie nog steeds populair. Tijd om de geheimen van een aantal nieuwe mysterieuze labo-onderzoeken te ontrafelen. In dit artikel: urinezuur. Wat is urinezuur Het is het witte spul dat tal van standbeelden teistert, met de complimenten van de gevleugelde ratten, zoals de stadsduiven wel eens onvriendelijk betiteld worden. De chemische formule is C5H4N4O3.  Urinezuur is een afbraakproduct van een groep stoffen die purines worden genoemd. De meeste dieren (waaronder ook wij) scheiden het voornamelijk uit via de nieren, via de urine dus.  Purines zoals adenine en guanine zijn de bouwblokken van ons DNA! Purines zitten in ATP (dat zijn onze energiemoleculen), NADH, acetyl-CoA en nog een aantal heel geleerd klinkende stoffen waarvan ik de functie vergeten ben. Maar deze stoffen zitten alleszins in alle dierlijke en plantaardige cellen, en komen ook vrij bij afbraak ervan. Cafeïne is ook ee...

Muconzuurmetingen

Kijk, om nog eens te laten weten dat ik leef (naast op Linked In , Twitter en Goodreads  - en de blog van mijn dochter  uiteraard), bij deze nog eens een tekstje. Het is eigenlijk een extract uit een mailcommunicatie die ik binnen AristA deed, maar misschien dat het iemand nog eens van pas kan komen. Oh, en voor meer info over benzeen en muconzuur als monitoring, zie dit artikel . Een tijdje terug had een collega de volgende vraag: " Ik kreeg een resultaat van muconzuur binnen van 0.7 mg/g creatinine.  Ik weet dat 1 ppm overeenkomt met 1 à 2 mg/g creat muconzuur. Maar: Dit resultaat is bekomen na een éénmalige piekblootstelling daags voordien. Mogelijks zat ik op het moment van het urinestaal dan al voorbij het moment van maximale concentratie? Vandaar mijn vraag: heb jij gegevens over de evolutie in tijd van muconzuur na blootstelling? Omdat ze aanraden het te meten op het einde van de werkdag en op het einde van de werkweek, veronderstel ik dat de hoogste ...

Levertesten 2: the sequel

Ongeveer een jaar geleden heb ik een blogartikel aangemaakt over de levertesten . Maar nog steeds krijg ik hierover regelmatig vragen via mail van naarstige bloglezers. Tijd dus om eens vanuit een ander oogpunt uit te weiden over dit onderwerp. De lever is een ontgiftingsorgaan. Enzymen in levercellen zetten giftige stoffen om in onschuldige producten, die vervolgens worden uitgescheiden. Ik simplificeer, maar daar komt het wel in grote lijnen op neer. De enzymen zelf kunnen we niet bepalen, maar wel de activiteit ervan. Enzymactiviteit is doorgaans hoog in de cellen, en laag in het serum (dit is bloed zonder de rode bloedcellen en stollingseiwitten). De normale serum enzymactiviteit is het gevolg van een voortdurend "uitzweten" van enzymen uit cellen en van een natuurlijke afbraak van cellen. Bij celschade lekken enzymen uit de cel. Bij ernstige letsels komen ook de mitochondriale enzymen vrij. Mitochondria zijn organellen in de cel. Enzymen in het serum kunnen ook s...

Ik haat bloedafnames

Ik hààt bloedafnames! Of laat ik het anders stellen: ik haat het uitvoeren van bloedafnames bij 16- en 17-jarige vrouwelijke stagiaires,  die bij het horen van "bloedafname" al bijna een vagale reactie doen, en beginnen te huilen zodra ik nog maar in de buurt kom met de naald. Het feit dat ze net ervoor een (ietwat) pijnlijke intradermotest hebben gekregen bij de verpleger maakt het me ook niet gemakkelijker. De paniek laait op, de kin begint te trillen. Het haalt me echt uit mijn concentratie. En bij tienermeisjes is het dan nog niet altijd even evident om een bloedvat te vinden. Als ik er niet direct in zit, waag ik me er niet aan om te gaan "zoeken" naar het bloedvat (je weet wel, voelen waar het precies zit t.o.v. de naald en dan eventjes bijsteken), want ze zitten al half in tranen te vragen of hun marteling nog niet afgelopen is. Wanneer ik bloedafnames uitvoer bij, om maar een voorbeeld te geven, rioleringswerkers, voor het bepalen van de Hepatitis A ...

CDT en alcohol

Een tijd geleden heb ik het gehad over drugtesten bij werknemers . Daar heb ik even de CDT-test aangehaald. Hier ga ik wat over uitweiden. Enige tijd geleden heb ik namelijk voor het werk informatie vergaard over deze relatief ongekende test. --- Onderzoek bij alcoholgebruik De arbeidsgeneesheer kan op basis van de anamnese en het lichamelijk onderzoek een vermoeden hebben van overmatig alcoholgebruik bij de onderzochte werknemer.  Om dit te bevestigen kan de arts een laboratoriumonderzoek aanvragen. Aanvullend op testen die verband houden met de leverfunctie (GGT en GPT) en de gemiddelde grootte van de rode bloedcel (MCV) wordt sinds enkele jaren vooral de meting van CDT aangevraagd. Het bepalen van de alcohol concentratie in bloed heeft alleen zin binnen enkele uren na inname, bijvoorbeeld bij een verminderd bewustzijn. Geen enkele methode is sluitend. Een afwijkend resultaat is niet uitsluitend op alcoholgebruik terug te voeren. Carbohydraat deficiënt transferrine Het ijze...

Trombocyten

Trombocyten zijn de kleinste bloedcellen; het zijn kernloze fragmenten van het cytoplasma van uitgerijpte megakaryocyten. Trombocyten spelen een zeer voorname rol bij de bloedstelping en stolling. Verhoogd aantal trombocyten bij: essentiële trombocytose; behoort tot de myeloproliferatieve aandoeningen - vaak verhoogde bloedingsneiging door slechte kwaliteit van de trombocyten acuut bloedverlies na operatie shock maligniteiten, vooral in voortgeschreden stadia infecties weefselafbraak ijzergebrek in aansluiting op splenectomie Verlaagd aantal trombocyten bij: stoornis in de productie congenitaal aplastische anemie beenmergbeschadiging (bestraling, cytostatica, vele andere geneesmiddelen, benzeen) beenmergziekten (leukemie, metastasen) toxische beschadiging van de megakaryocyten (alcohol, infectie) vitamine B12-deficiëntie foliumzuurdeficiëntie hypothyreoïdie uremie abnormale distributie splenomegalie toegenomen verbruik massale bloeding en trans...

Basofielen

1. Stijging Verhoogde aantallen basofielen in bloed (> 0,1x109/l) komen bijna uitsluitend voor bij chronisch myeloïde leukemie en bij systemische mastocytose. 2. Daling Niet van toepassing.

Eosinofielen

1. Stijging Eosinofilie, dat wil zeggen 0,4 à 0,5x109/l, komt voor bij allergische reacties, zoals astma, hooikoorts, voedselallergie of overgevoeligheid voor geneesmiddelen, bij sommige huidziekten en bij eosinofiele cystitis. Sterke eosinofiele komt voor bij parasitaire infecties. Extreem verhoogde concentraties eosinofielen duiden meestal op een chronisch myeloproliferatieve ziekte of het hypereosinofiel syndroom. 2. Daling Bij gezonde personen worden soms nauwelijks eosinofielen in bloed gevonden, zodat eosinopenie eigenlijk niet bestaat. Wel is bekend dat verhoging van ACTH en bijnierschorshormonen leidt tot verlaging van de eosinofielen in bloed, omdat deze stoffen verhinderen dat eosinofielen uit beenmerg treden.

Monocyten

1. Stijging Verhoging van de concentratie monocyten (> 0,8x109/l) wordt gezien bij bacteriële infecties, vooral tuberculose, sommige parasitaire infecties, bij de ziekte van Hodgkin en andere tumoren. Bij chronische neutropenie treedt als compensatie vaak monocytose op. Monocytose kan ook onderdeel zijn van een maligne bloedziekte zoals chronisch en acute myeloïde leukemie. 2. Daling In de meeste gevallen van monopenie bestaat tegelijkertijd en door dezelfde oorzaak ook een neutropenie. De bekendste oorzaak van geïsoleerde monopenie is hairy cell leukemie.

Lymfocyten

1. Stijging Bij volwassen is sprake van lymfocytose indien de lymfocyten concentratie groter is dan 4,0x109/l; bij kinderen hanteert men vaak een grens van 9,0x109/l. Reactieve lymfocytose is bijna altijd het gevolg van een virale infectie. Te denken valt onder andere aan mononucleosis infectiosa, cytomegalie, rubella en hepatitis. In enkele gevallen kan een bacteriële infectie leiden tot lymfocytose, zoals bij kinkhoest en tuberculose. Bij oudere patiënten kan een lymfocytose ook veroorzaakt worden door een lymfoproliferatief proces, bijvoorbeeld chronisch lymfatische leukemie of een non-Hodgkin lymfoom. 2. Daling Verlaagde concentraties lymfocyten in bloed (< 1,0x109/l) komen aanmerkelijk minder frequent voor dan neutropenie. Tegenwoordig wordt lymfopenie vaak gezien bij een HIV infectie. Meestal is de oorzaak een vermindering van de CD4+ T-lymfocyten. Andere oorzaken zijn verhoging van bijnierschorshormonen, ondervoeding, vitaminetekorten, verlies van lymfocyten uit de ...

Neutrofielen

1. Stijging De term neutrofilie of granulocytose wordt gebruikt indien de concentratie neutrofielen hoger is dan 7,5x109/l. Meest voorkomende oorzaken zijn bacteriële infecties, sepsis en ontstekingen van andere aard zoals trauma, brandwonden, hartinfarct en tumoren. Bij neutrofilie door infecties en ontstekingen komt vaak linksverschuiving voor, dat wil zeggen onrijpe granulocyten in bloed, veelal met toxische korreling, lichaampjes van Döhle en vacuolen. Indien het aantal neutrofielen zeer sterk verhoogd is, boven 50x109/l, spreekt men van een leukemoïde reactie. Dit beeld komt voor bij zeer ernstige infecties, vooral bij kinderen, bij vergiftigingen, zware verbranding en sommige tumoren. In het laboratorium is het soms lastig, een leukemoïde reactie te onderscheiden van een chronisch myeloïde leukemie, maar vanzelfsprekend is het klinische beeld van groot belang. Bij chronisch myeloïde leukemie en andere myeloproliferatieve aandoeningen die met neutrofilie gepaard gaan (poly...

Witte bloedcellen (leukocyten)

De functie van leukocyten is heterogeen, aangezien het een zeer diverse groep cellen betreft. Neutrofiele granulocyten en monocyten hebben als belangrijke functie de fagocytose van lichaamsvreemde stoffen, vooral micro-organismen en celresten. Zij kunnen actief naar de plaats van infectie bewegen en ruimen daar de ongewenste stoffen op; bij dit proces spelen de enzymen uit hun korrels een sleutelrol. Monocyten hebben daarnaast een zeer belangrijke functie bij het presenteren van antigenen aan lymfocyten in het kader van de adaptieve cellulaire immuunrespons. Eosinofiele granulocyten zijn belast met het onschadelijk maken van parasieten en samen met basofiele granulocyten spelen zij een rol bij allergie. Lymfocyten hebben verschillende functies bij de synthese van immunoglobulinen en bij directe cellulaire afweer. Verhoogde waarden vindt men bij: leukemie (niet in alle gevallen) acute infectieziekten (veelal, bvb. bij appendicitis, meningitis, tonsillitis) weefselnecrose (o.a....

Hematocriet

Met deze test bepaalt men de volumefractie van de erytrocyten in het bloed. 1. MCV (Mean Corpuscular Volume) Het MCV vormt de basis voor de gewoonlijk gebruikte classificatie van anemie: microcytair (MCV verlaagd), normocytair (MCV normaal), en macrocytair (MCV verhoogd). Microcytose wijst op een verminderde hemoglobinesynthese door een tekort aan ijzer of door een hemoglobinopathie. Voorbeelden van microcytaire anemie zijn ijzergebreksanemie, ernstige anemie van de chronische ziekte, thalassemie en dysfunctie van de haemsynthese. Normocytaire anemie komt onder andere voor bij chronische ziekte, maligniteiten en hemolyse. Macrocytose is het gevolg van een stoornis in de deling en rijping van rode voorlopercellen in het beenmerg, bijvoorbeeld als gevolg van vitamine B12- of foliumzuurtekort. Voorbeelden van macrocytaire anemie zijn megaloblastaire anemie, anemie bij maligniteiten als myelodysplasie of aplastische anemie. 2. MCH (Mean Corpuscular Haemoglobin) Het MCH is ve...

Hemoglobine

Hemoglobine (Hb) is essentieel voor het zuurstoftransport en in mindere mate voor de buffering van bloed en CO2-transport. De laboratoriumtest wordt bvb. uitgevoerd bij vermoeden op anemie of polyglobulie, of vermoeden op veranderingen in de waterhuishouding (dehydratie, hyperhydratie). Verhoogde waarden van Hb bij: dehydratie (totaal eiwit verhoogd) polycythemie (Ht verhoogd) Verlaagde waarden van Hb bij o.a.: ijzergebrek (in chronische stadium: MCV verlaagd). Bvb. malabsorptie, chronisch bloedverlies door darmtumor, mijnworm, enz. chronische aandoening (bvb. kanker, reumatoïde artritis, ontsteking). MCV normaal of verlaagd zwangerschap. Lichte verlaging, vooral in 3de trimester; men spreekt van anemie bij een zwangere als Hb <6,8> acuut bloedverlies (anemie treedt pas later eventueel op) - MCV meestal normaal vit. B12- en/of foliumzuurgebrek (MCV verhoogd): bvb. malabsorptie. Andere oorzaken verhoogd MCV: bvb. alcoholisme, hypothyreoïdie, beenmergaandoening, vit...

Rode bloedcellen

Verhoogde waarden bij: polycythaemia vera (primaire polycythemie). Verhoogd aantal leukocyten en trombocyten secundaire polycythemie, bvb. niercarcinoom, longziekten, verblijf op grote hoogte, veel roken, sommige hemoglobinopathieën verandering van plasmavolume (zonder verhoging van productie van ery’s = ‘relatieve polycythemie’), bvb. dehydratie Verlaagde waarden bij: verlies van erythrocyten, bvb. enige tijd na bloeding (in sommige gevallen) verkorte levensduur van ery’s door bvb. afwijkingen in de erythrocytenwand c.q. enzymdeficiëntie binnen de erythrocyt c.q. hechting antilichamen aan de erythrocytenwand c.q. beschadiging erythrocytenwand (bvb. door uremie); gevolg van deze factoren: hemolyse in vivo die kan leiden tot hemolytische anemie. Ook door verhoogde afbraak bij chronische aandoening, enz. - zie reticulocyten onvoldoende of verstoorde aanmaak (vele oorzaken, bvb. vit. B12-gebrek, hypothyreoïdie, sommige hemoglobinopathieën) zwangerschap (schijnbare anemie)

Cholesterol

Als men het over de vettenbalans heeft, gaat het in eerste instantie over het totale cholesterolgehalte, de triglyceriden en het HDL-cholesterolgehalte. Aan de hand van dat laatste kan men het LDL-cholesterolgehalte berekenen, en dat is een oorzakelijke factor voor atherosclerose; HDL-cholesterol is daarentegen een beschermende factor. Men kan niet spreken over een welbepaald cholesterolgehalte waardoor iemand een risicopersoon wordt. Men dient het geheel van afwijkingen wat vetten betreft én van de andere risicofactoren (hoge bloeddruk, roken, diabetes, zwaarlijvigheid,…) samen te bekijken om het globale hart- en vaatrisico van de patiënt te beoordelen en hem zo doeltreffend mogelijk te behandelen. Te veel cholesterol is vooral schadelijk voor de slagaderwand, want de andere organen slagen er zonder al te veel moeilijkheden in zich tegen cholesterolafzetting te verdedigen. Verhoogde waarden van het cholesterol gehalte vindt men bij: familiaire hyperlipoproteïnemieën (cho...