Doorgaan naar hoofdcontent

Zijn jaarlijkse rondgangen door de externe dienst verplicht? Nope!

Vroeger werd deze vraag eigenlijk niet zo vaak gesteld. Het zat toch in “het forfait”, dus ja, doe maar. En uiteraard moet het een arbeidsarts zijn. In sommige bedrijven is dit ook effectief zinvol. Maar als je in sterk verspreide administratieve bedrijven hetzelfde lokaal met twee man en een paardenkop voor het zesde jaar op rij hebt bezocht, dan begin je je toch wel af te vragen of je die tijd niet nuttiger zou kunnen besteden. Dus waarom niet kijken of een aanpassing van de periodiciteit niet wettelijk toegelaten is? Zeker nu door het KB Tarificatie elke activiteit van een externe dienst aan A, B en C+ bedrijven preventie-eenheden kost, is dit een pertinente vraag geworden.
 
De arbeidsarts beoordeelt tijdens de rondgang welke de belangrijkste gezondheidsrisico's zijn voor de werknemers...
 

Er zijn twee verschillende KB’s betrokken bij de rondgangen

Voor alle duidelijkheid: er zijn verschillende wettelijke bepalingen voor de interne en voor de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. En hierover ga ik in de volgende paragrafen uitweiden (Health tip: last van slapeloosheid? Lees dan zeker de volgende paragrafen!) (Health warning: last van slaperigheid? Lees dan zeker de volgende paragrafen niet!).
 

De rondgang door de interne dienst

Artikel II.1-6 §1 (van het KB Interne Dienst PBW) verplicht de interne preventieadviseurs bij werkgevers van groep A, B en C om ten minste één maal per jaar een grondig onderzoek [te] verrichten van de arbeidsplaatsen en van de werkposten. Enkel werkgevers van groep D kunnen dit volledig uitbesteden aan de externe dienst.

Nu, wanneer je een aantal jaren meedraait in de business, begin je al de loopholes in wetteksten te zien. Wat is uiteindelijk een “grondig onderzoek”? En wat versta je onder “arbeidsplaats” en “werkpost”? Ik heb een bank, en ik beschouw al de loketten in al de filialen als één type werkpost, en al de backoffice-activiteiten als een tweede type werkpost. Dus per bankkantoor bekijk ik één loket en één bureau met een loep, en voilà, ik ben ervan af. Ik kan nog een stapje verder gaan: ik ga niet fysiek ter plaatse naar alle bankkantoren, maar ik onderzoek jaarlijks grondig alle opmerkingen en opvolgpunten die verbonden zijn aan elke arbeidsplaats. Okee, een beetje provocerend misschien, maar al is het niet in de geest van de wet, in de letter ervan is het wel correct. Ik laat het wel aan jou over, mijn beste lezer, om ook de arbeidsinspectie hiervan te overtuigen :-).
 
Het is wel belangrijk dat je weet dat je als interne preventieadviseur deze rondgang helemaal in je uppie kan doen, dus zonder preventieadviseur van de externe dienst, of vakbondsafvaardiging. Maar vooraleer je ogen teveel gaan glinsteren: ik kom hier verder nog op terug.
 

De rondgang door de externe dienst

Dit is de “klassieke” rondgang. Het jaarlijkse bedrijfsbezoek met de interne preventieadviseur, de preventieadviseur (meestal arbeidsarts) van de externe dienst, en vertegenwoordigers van de verschillende werknemersorganisaties.
 
In artikel II.3-27 §2 (van het KB Externe Diensten) staat dat een eerste bezoek aan de arbeidsplaatsen bij alle werkgevers uitgevoerd [wordt] door een preventieadviseur bedoeld in artikel II.3-30.
Bij de werkgevers waar geen enkele werknemer onderworpen is aan het verplicht medisch toezicht en bij werkgevers waar de werknemers onderworpen zijn aan een niet-jaarlijks medisch toezicht, wordt het volgende bezoek aan de arbeidsplaatsen om de drie jaar uitgevoerd door een persoon die de preventieadviseur bijstaat en die met succes een erkende aanvullende vorming van ten minste niveau twee gevolgd heeft.
Bij de werkgevers waar de werknemers een veiligheidspost waarnemen of blootstaan aan een fysieke of mentale belasting of aan psychosociale risico’s op het werk, wordt het jaarlijks bezoek aan de arbeidsplaatsen uitgevoerd door een persoon die de preventieadviseur bijstaat bedoeld in het voorgaande lid of wordt het bezoek om de twee jaar uitgevoerd door een preventieadviseur bedoeld in artikel II.3-30 in het kader van de permanente risicoanalyse.
Bij de werkgevers waar de werknemers blootstaan aan fysische, chemische of biologische agentia, die verantwoordelijk zijn voor beroepsziekten of aandoeningen die hun oorsprong vinden in het beroep, wordt een jaarlijks bezoek aan de arbeidsplaatsen uitgevoerd door een preventieadviseur bedoeld in artikel II.3-30.
 
Okee, wat kun je nu concreet halen uit deze boeiende literatuur? Met enige interpretatie (die aanvaard wordt door de arbeidsinspectie, belangrijk aspect) kun je onder bepaalde omstandigheden kiezen voor zowel een afwijkende periodiciteit als voor een ander profiel dan arbeidsgeneesheer.

Heb je locaties met arbeidsplaatsen waar al de werknemers niet of niet-jaarlijks onderworpen zijn aan een periodiek gezondheidstoezicht? Dan volstaat het dat deze plaatsen om de drie jaar bezocht worden door een bedrijfsbezoeker niveau II. Dit is een dubbele “besparing” aan PE (preventie-eenheden), want niet alleen kun je deze interventies door de externe dienst beperken, het profiel  is ook “goedkoper” (0,75 PE per uur).
 
Als de functies op deze arbeidsplaatsen enkel veiligheidsfuncties betreffen of functies met een fysieke of mentale belasting, dan kun je opteren voor een jaarlijks bezoek door een bedrijfsbezoeker niveau II, of een bezoek om de twee jaar door een preventieadviseur artikel II.3-30 (dus een arbeidsarts, ingenieur, arbeidshygiënist, psycholoog of ergonoom van de externe dienst).
 
Is er blootstelling aan fysische, chemische of biologische agentia, dan is het sowieso jaarlijks een preventieadviseur artikel II.3-30 die mee rondgaat. Nog steeds relevante informatie, want een arbeidsgeneesheer “is duurder” (1,25 PE per uur) dan de andere mogelijke profielen (1 PE per uur). Laat dit echter niet de rationale zijn; het kan daarentegen wel zinvol zijn dat er eens een andere expert de werkplaatsen vanuit een ander gezichtspunt bekijkt.
 
Maar dus nogmaals, onafhankelijk van hoe vaak de externe dienst moet rondgaan, de interne dienst moet de arbeidsplaatsen sowieso jaarlijks onderzoeken.
 

Het KB Comités PBW

Ok, so I lied. Er zijn drié KB’s betrokken bij de rondgangen. Maar het was al complex genoeg bij de aanvang; nu ben je klaar voor de final twist.

Zoals ik al heb aangegeven, moet je als interne preventieadviseur jaarlijks alle arbeidsplaatsen bezoeken, maar kun je dit in je eentje doen. Het comité moet echter volgens artikel II.7-10 (van het KB betreffende de opdrachten en werking van de Comités pbw) bijdragen tot de toepassing van het dynamisch risicobeheersingsysteem door sommige van zijn leden werkgevers en werknemers af te vaardigen om samen met de bevoegde preventieadviseur en het bevoegde lid van de hiërarchische lijn, periodiek en ten minste één maal per jaar een grondig onderzoek in te stellen op al de arbeidsplaatsen waarvoor het comité bevoegd is.

Wederom, interpretatie mogelijk. Het is wettelijk aanvaardbaar dat bijvoorbeeld de interne preventieadviseur een jaarplanning voorlegt aan het comité van al de arbeidsplaatsen die hij gaat bezoeken, of dit gedurende het jaar voldoende op voorhand doorgeeft, opdat het comité een afvaardiging kan meesturen waar zij het nodig achten. En een bijkomend controlemechanisme kan ingevoerd worden door bijvoorbeeld een extra onderzoek in te stellen op basis van het verslag van de interne preventieadviseur, of op basis van de melding van een potentieel risico door een werknemer aan de syndicale afvaardiging.
 
Dit is dan niet geheel volgens de letter van de wet, maar zeker in de geest ervan. Het is veel zinvoller dat de interne preventieadviseur een screening uitvoert van het geheel van de arbeidsplaatsen, en dat het ganse team (interne preventieadviseur, werknemers- en werkgeversafvaardiging en ev. preventieadviseur externe dienst) zich op basis van deze input kan focussen op de probleemgebieden.


Conclusie

Het systeem van preventie-eenheden stimuleert werkgevers via hun interne preventiedienst tot nadenken over het zinvol besteden van de tijdsbesteding door de externe dienst. Ik vind het dan ook zeer nuttig dat er bijvoorbeeld wordt nagedacht over de periodiciteit en de profielen voor de rondgangen.
 
Maar tot slot toch nog een caveat: let er wel op dat het geen race naar de bodem wordt, puur op basis van economische argumenten...

Populaire posts van deze blog

Bereken je kans op een hartinfarct

Met behulp van een aantal parameters kun je de statistische kans inschatten of je binnen de tien jaar zal overlijden aan een hart- of vaatziekte.     De SCORE-tabel is niet nieuw. Het is een internationaal erkend werkmiddel dat op basis van het geslacht, de leeftijd, de systolische bloeddruk, het rookgedrag en de verhouding van totaal cholesterol op HDL-cholesterol in één overzichtelijk geheel de kans weergeeft dat je sterft aan een hartinfarct of een beroerte. De getallen worden onderverdeeld in drie categorieën: Groen: Laag risico, minder dan 5% kans om binnen de tien jaar de wormen te voeren Oranje: Matig risico, 5 à 9% kans om binnen de tien jaar de pijp aan Maarten te geven Rood: Hoog risico, 10% of meer kans om binnen de tien jaar aan de verkeerde kant van het gras te gaan liggen Het is en blijft uiteraard slechts een ruwe inschatting. Als je suikerziekte hebt, moet je al niet beginnen met de tabel. Ga dan maar uit van een ernstig verhoogd ris...

Boeken top 10 2024

Dit jaar heb ik opnieuw de mijlpaal bereikt van 100 gelezen boeken. 37 ervan heb ik een score van 5  op 5 gegeven. Uit deze lijst heb ik 10 favorieten geselecteerd die elk op hun eigen manier uitzonderlijk zijn. Hier is mijn top 10, in chronologische volgorde. Siddhartha Mukherjee – The Song of the Cell Een fascinerende reis door de geschiedenis van celbiologie. Mukherjee onderzoekt hoe cellen het fundament vormen van zowel leven als geneeskunde, en hoe ontdekkingen in celonderzoek onze kijk op gezondheid en ziekte blijvend hebben veranderd. Wetenschappelijk en toch toegankelijk geschreven. Jessie Singer – There Are No Accidents Singer onthult de systemische oorzaken achter wat vaak "ongelukken" worden genoemd. De meeste “ongelukken” zijn voorspelbaar en te voorkomen. Singer toont hoe deze term machthebbers beschermt, kwetsbaren in gevaar brengt, onderzoek ontmoedigt, schuld verschuift, slachtoffers blameert, woede dempt en zelfs begrip voor daders wekt. Boeiend en confronter...

Moderne lotusvoeten

Vandaag verscheen een artikel op VRT NWS , dat schoenen met hoge hakken (voorlopig) lijken te hebben afgedaan. Nu kan ik eindelijk een tekst die ik al sinds begin 2020 als "draft" heb staan, publiceren! Wanneer we lezen over de praktijk van het voetinbinden in het oude China, gruwelen we van zulke barbaarse martelpraktijken. Hoe heeft een schoonheidsideaal ooit in zulke mate kunnen ontsporen? Nochtans bezondigen wij ons aan gelijkaardige praktijken, alleen is het moeilijker om zulke dingen objectief te beoordelen, wanneer je zelf in die cultuur verweven zit. Voetinbinden Ik ga dit cultureel gegeven toch even kaderen. De praktijk van voetinbinden heeft zich in China ontwikkeld tijdens de Tang-dynastie (618-907 na Chr.). Het hield in dat men bij jonge meisjes de voeten omzwachtelde. De vier kleine tenen werden naar binnen geplooid en braken uiteindelijk vanzelf. De grote teen bleef recht. Het resultaat was een "lotusvoetje". Dit gold als een teken van wels...