zondag 23 februari 2014

Winterblues

Zo. Nieuwjaar is alweer bijna twee maanden achter de rug. Hoe zit het met de goede voornemens? Je bent toch nog steeds vol goede moed aan het joggen, mag ik hopen! En de keukenkasten zijn nog steeds gevrijwaard van ongezonde snacks?

Als je toch al bent hervallen in je oude gewoontes: geen nood, ik heb een goed excuus voor je. Waarschijnlijk heb je last van een winterdepressie. De medische wereld gebruikt de term Seizoensafhankelijke Depressie/ Seasonal Affective Disorder, kortweg "SAD". Januari en februari zijn de ergste maanden.
Wat, zeg je verbijsterd, waarom schrijf ik dit dan nu pas, eind februari? Ehh, ik voelde me de voorbije maanden te moe.


--Wat is het--

Een winterdepressie is een depressie die je in de wintermaanden hebt. Duh. De symptomen lijken dus ook behoorlijk veel op een gewone depressie. Zo heb je de (soms zeer uitgesproken) vermoeidheid, en je voelt je somber en prikkelbaar. Zo zijn er nog een aantal symptomen, maar ik heb geen zin om die verder op te sommen. Ze zijn te deprimerend.
Het onderscheidt zich wel van een "gewone" depressie. Zo treedt het telkens op in de donkere wintermaanden na de feestdagen, en het verbetert spontaan in de lente, wanneer de dagen lengen. Ook ben je met winterblues vermoeid ondanks voldoende slaap, terwijl je met een niet-seizoensgebonden depressie vermoeid bent door een slaaptekort: je kunt de slaap niet vatten omdat je voortdurend piekert.
Maar nog een belangrijk verschil - en hier komt de spreekwoordelijke kers op de taart - is de snoepgoesting. Deze is typisch voor winterblues, en geldt dus als een goed excuus voor je falend nieuwjaarsvoornemen. Wanneer je een depressie hebt, heb je doorgaans helemaal geen eetlust, en zal je eerder vermageren in plaats van te verdikken. Wat dan weer het enige positieve punt is aan een depressie.

Ik heb het nodig! Ik heb de winterblues. Dit is mijn medicatie.

--Wat veroorzaakt het--

Niemand kent de precieze oorzaak. Er zijn wel een aantal werkhypothesen. Een eerste vermoeden is dat onze biologische klok lijdt onder de verminderde hoeveelheid licht tijdens de duistere wintermaanden. Dit verklaart alleszins waarom het vaker optreedt hoe noordelijker je gaat. En waarom de Zweedse detectivereeksen zo somber zijn. Neem eens een zonnevakantie, Wallander!
Wat gebeurt er precies? De epifyse of pijnappelklier is een kliertje in je hersenen ter grootte van een gedroogde erwt. Gedurende de nacht scheidt die het hormoon melatonine af. Melatonine zet het slaapmechanisme in gang. Dus bij te hoge concentraties kun je last krijgen van een aanhoudende vermoeidheid. Het hormoon speelt ook een rol in de interne regeling van de biologische klok, en dit is tevens de tweede werkhypothese. Door een ontregeling van je dag-nacht ritme krijg je een gestage verschuiving ervan, waarbij je je steeds later op de dag "wakker" voelt.
Er zijn nog een aantal theorieën, met tekorten van de neurotransmitters serotonine, dopamine of noradrenaline, maar deze zijn minder gefundeerd, en bovendien heel saai. 

--Wat kun jij doen--

Je hoeft niet bij de pakken te blijven zitten! Ik geef je een aantal stappen die je zelf kunt nemen.

1. Ga naar het licht

Mensen met een winterdepressie reageren heel goed op licht. Het is dan ook de voorkeursbehandeling van winterblues. Dus ga op vakantie naar Australië!
Als de balans je bankrekening de trip naar down-under niet toelaat, kun je altijd nog een lichtbak huren of kopen. Dit zijn speciale lampen met een lichtintensiteit van 2.500 tot 10.000 lux. Ter vergelijking, bureauwerk doe je bij een lichtintensiteit van om en bij de 300 lux.
Er zijn nu zelfs lichtgevende brillen te koop bij de apotheek. Ik kwam zelf onlangs in de verleiding om het uit te proberen, maar het prijskaartje van 250 Euro deed me redelijk plots van gedachten veranderen. Zo moe voel ik me eigenlijk ook weer niet.
Hier toch even een disclaimer: deze therapie heeft bij sommige mensen ongewenste neveneffecten, zoals geïrriteerde of tranende ogen, en hoofdpijn. Dus vooraleer je deze behandeling in overweging neemt, ga je toch best eerst even te rade bij je arts. En voordat je het vraagt; liggen onder een zonnebank: ja, dat kan heel nuttig zijn. Als je huidkanker wilt kweken. Maar niet om winterblues te bestrijden.

Ja, je hond kan blijkbaar ook de winterblues krijgen.

2. Ga naar buiten en beweeg

Het buitenlicht is op zich al een voordeel (zie stap 1). Maar ook de fysieke activiteit helpt om je wakkerder te voelen, en om beter te slapen. Als ik al de gezondheidsvoordelen van een half uur extra wandelen per dag in pilvorm zou kunnen gieten, dan zou ik waanzinnig rijk zijn. Want dit medicijn zou meer effect hebben dan al de andere pharmaceutica samen. Helaas bestaat zo'n pil (nog) niet, dus trek die jas aan en ga naar buiten!

3. Eet gezond

Koolhydraten zijn de laatste tijd in onmin geraakt, en dat is wel degelijk terecht. Vooral de suikers zijn ongezond. Deze snelle koolhydraten zitten voornamelijk in frisdranken, snoep en gebakjes. Ze geven een kortdurende boost van energie, die echter snel omslaat in een post-suiker-dip. De complexere koolhydraten in de vorm van zetmeel zijn al een stuk minder schadelijk. Maar deze moleculen, die voornamelijk zitten in aardappelen, brood, rijst en pasta, geven tot een aantal uren na de maaltijd een verzadigd, loom gevoel.
Dus: vermijd koolhydraten, vooral de suikers, en eet veel groenten en fruit.

4. Zoek gezelschap op

Het is af en toe wel eens nodig om je te kunnen afzonderen van de hele buitenwereld, maar drijf dit niet te ver. De mens is een sociaal dier. Dus neem actief stappen om op regelmatige basis je sociale contacten te onderhouden. Maak bijvoorbeeld een wekelijkse afspraak met je vrienden of je collega’s in een gezellig café. En in een volgend artikel pakken we je drankprobleem dan wel weer aan.

Hij heeft alleszins geen winterdepressie.

zaterdag 1 februari 2014

Het grote griepgevaar

Zware, kloppende hoofdpijn. Hoge koorts met hevige rillingen. Algemene, ondraaglijke spierpijnen. En een allesoverheersend onwelzijn en misselijkheid. Iedereen kent het wel. Het zijn uiteraard de gevolgen van het kijken naar een optreden van Justin Bieber.
Maar het zijn ook de symptomen van griep. Deze virusinfectie teistert elke winter de wereldbevolking, en staat nu weer voor de deur.
Verwar het niet met een verkoudheid. Het griepseizoen schiet pas echt uit de startblokken in januari, en houdt dan een tiental weken aan. Je kunt er ook veel zieker van worden dan bij een banale snotvalling. Het kan gaan van een week koorts met spierpijn tot de dood, of erger nog, ziekteverlet. En dat in de periode van de evaluatiegesprekken!

Is er dan niets dat je kunt doen? Wel jazeker. Er bestaat een zeer veilige, eenvoudige en effectieve preventieve maatregel: de griepprik. Deze beschermt je in meer dan 80% van de gevallen tegen de griep, en geeft op zijn minst een gedeeltelijke bescherming. Ben je nu niet blij dat je bent ingegaan op de gratis spuitjes die je via je werkgever kon bekomen? Je kunt nu met een gerust hart op beide oren slapen.
Wat, je bent geen vaccin gaan halen? Oh, wel, daar is het nu wel te laat voor... Eh, veel sterkte dan maar!


Okee, zal ik toch maar een aantal gezondheidstips te geven voor de niet-gevaccineerden. Niet dat die echt zoveel uithalen, maar bon.

1. Was je handen.
De meeste mensen zitten constant aan hun gezicht, niezen in hun handen, peuteren in hun neus... Die viezeriken geef jij dan een hand, om achteraf precies hetzelfde te doen! Best dat je dus regelmatig deze slijmerige bacteriën van je handen wast. Gewone zeep is even effectief als de dure antibacteriële snufjes.

2. Vermijd zieken.
Helaas is het vandaag de dag niet meer toegelaten om de zieken te verplichten rond te lopen met een ratelaar, zoals de lepralijders van weleer. Je zult dus zelf de komende weken op je hoede moeten zijn en mensen die er post-Bieber uitzien als de pest ontwijken.
Als je zelf ziek bent, dan blijf je beter thuis, in plaats van al de anderen aan te steken. Carrièretip: blijf niet thuis, en geef je belangrijkste concurrenten een dikke smakkerd!

3. Leef gezond.
Als je in een algemeen goede conditie bent, ga je ook minder vatbaar zijn voor de griep. Drink dus voldoende water, beweeg regelmatig en slaap voldoende. Deze maatregelen zouden bovendien ook voor andere dingen goed zijn - langer leven en zo. Win-win!

4. Laat je vaccineren.
Voor dit griepseizoen is het dus te laat. Nu, het zal waarschijnlijk toch maar een mild seizoen worden, you lucky bastards. Maar volgend jaar kan het anders zijn! Zo om de zeventig jaar muteert het griepvirus in die mate dat er een pandemie optreedt. De laatste echt grote pandemie dateert van 1918-19; hieraan stierven toen 20 tot 100 miljoen mensen (men weet het niet zo precies; maar ach, wat zijn een aantallen tientallen miljoentjes meer of minder). Een paar jaar geleden bleek de varkensgriep een vals alarm te zijn, maar vroeg of laat is het wél prijs. Haal dit najaar dus toch maar dat spuitje.

dinsdag 21 januari 2014

Het mysterie van het stijgend aantal asbestslachtoffers

“Aantal asbestslachtoffers stijgt en we weten niet waarom”. Dat lees ik onlangs in verschillende nieuwsbronnen (bvb. deze). Het gebruik van asbest is in België sinds 1998 verboden, maar het aantal erkende slachtoffers van longvlieskanker is nu aan het stijgen.

"Longvlieskanker duikt meestal pas twintig, dertig tot zelfs veertig jaar na blootstelling met asbest op. We begrijpen dus zelf niet goed waar die stijging vandaan komt. Het is mogelijk dat we nu in een piekperiode terecht zijn gekomen. Of deze trend zich zal verderzetten, weten we niet", aldus Alexander Van de Sande, woordvoerder van het Fonds voor de Beroepsziekten.

Dit vind ik een merkwaardige uitspraak. Als er een instantie is die dit zou moeten weten, is het toch het FBZ.

Een mesothelioom, een longvlieskanker die enkel door blootstelling aan asbest wordt veroorzaakt, heeft een zeer lange latentietijd. Twintig jaar is kort, meestal treedt ze pas op dertig à veertig jaar na blootstelling.

Ik heb eens opgezocht wat het verbruik van asbest in België was in de vorige eeuw. Het US Department of Geological Survey geeft in haar rapport “Worldwide Asbestos Supply and Consumption Trends from 1900 through 2003” de cijfers voor België en Luxemburg samen; close enough.



In bovenstaande grafiek kun je zien dat het gebruik van asbest in onze regio (waarden in metrieke ton) in opgang kwam in de jaren 60, met een piek midden jaren ’70 en een stelselmatige afname vanaf midden jaren ’80.

Met deze gegevens zou je een mooie epidemiologische analyse kunnen maken. Je moet rekening houden met het cumulatieve risico op het ontwikkelen van kanker door asbest – dit is gecorreleerd aan de blootstellingshoeveelheid en -duur (zie de gegevens uit het rapport) – en de latentietijd van het ontwikkelen van een mesothelioom (30-40 jaar). Voor het gemak laat ik andere vormen van longkanker door asbest en asbestosen hier buiten beschouwing.

Ik laat zulk een grondige analyse over aan gespecialiseerde epidemiologen. Maar om even snel door te nemen: met een blootstelling aan asbest die echt start midden jaren ’70 en pas midden jaren ’80 afneemt, en een latentietijd van optreden van mesotheliomen van 30-40 jaar, verwacht je een piek van deze aandoening in de periode 2010-2020.

Het mysterie van het stijgend aantal asbestslachtoffers is dus bij deze opgelost. Het aantal slachtoffers stijgt zoals voorspeld kon worden, en het aantal slachtoffers zal bovendien de volgende jaren nog verder toenemen. Elementary, my dear Watson.

zondag 19 januari 2014

Hoe vaak moet je de waterfilter vervangen?

Om de zes maanden.

Okee, misschien moet ik toch iets verder uitweiden.
Recent heb ik voor een van onze klanten hierover advies gegeven. Het water aan de ingang van de koffiemachines bleek voor een aantal metalen de normen voor drinkbaar water te overschrijden. Stoffen zoals nikkel, magnesium en ijzer kunnen eigenlijk geen kwaad. Verhoogde waarden gaan in het slechtste geval een raar smaakje geven, of een vreemd kleurtje. Enkel het lood dat werd teruggevonden, zou een mogelijk gezondheidsprobleem geven. Niet dat iedereen plots bij bosjes zou neervallen, maar bij zwangere vrouwen zou het een licht negatief effect kunnen hebben op het IQ van hun ongeboren kinderen. Die kunnen dan later wel nog bepaalde jobs aan, zoals managementfuncties of een politiek mandaat, maar het beperkt hun beroepsmogelijkheden toch enigszins.
Nu, gelukkig houden de waterfilters alle metalen tegen, en is het water waarmee de koffie uiteindelijk wordt gemaakt, van uitstekende kwaliteit.

Maar wat als de filter verzadigt raakt? Een uitstekende vraag, waar ik dus het antwoord op gezocht en gevonden heb.



De gebruikte filters zijn van het type met actieve kool. Dit is een speciaal behandelde koolstof die door adsorptie de eigenschap heeft allerlei stoffen aan zich te kunnen binden.
De werking van actieve kool berust op een zeer groot oppervlak door een fijne microstructuur met een groot aantal zeer fijne poriën. Commercieel verkrijgbare actieve-koolsoorten hebben een inwendig oppervlak van 500 tot 2000 m²/g.
De waterfilters met actieve kool filteren zware metaalionen zoals lood en koper, vertroebelingen, organische verontreinigingen en andere stoffen zoals chloorresten, die smaak, geur en uiterlijk van het drinkwater kunnen beïnvloeden.

Eigenlijk zijn waterfilters in de meeste gevallen volstrekt onnodig. Kraantjeswater moet aan veel strengere kwaliteitsnormen voldoen dan flessenwater, en het is enkel in oudere gebouwen met metalen buizen waar een inwendige corrosie (dus roesten van de buizen aan de binnenkant) kan leiden tot overschrijdingen van de norm - zoals in bovenstaand voorbeeld het geval is. 

De filters hebben volgens de productfiche een gemiddelde capaciteit van 10.000 liter. Deze capaciteit is getest bij gebruik van drinkbaar water met een gemiddelde hardheid. Bij dit type filters heeft de waterhardheid niet veel tot geen effect op de levensduur. Ook de onzuiverheden, gezien de grootteorde van luttele microgrammen, gaan de capaciteit niet significant negatief beïnvloeden.

Op basis van het aantal verbruikte bekers, kon ik een inschatting maken van het jaarlijks debiet door de waterfilters van de koffiemachines. Ik ga niet in details gaan van de berekeningen die ik heb gebruikt voor de inschatting (ga er maar van uit dat ik zoveel mogelijke moeilijke woorden heb gebruikt om aan te geven dat ik er veel moeite in heb gestoken), maar ik kwam uit op een inschatting van ca. 12.000 tot uiterlijk 18.000 liter. Ergo: jaarlijks vervangen is niet voldoende; éénmaal vervangen om de zes maanden wel.

Maar wat ben jij hier nu mee, vraag je je misschien af. Jij hebt een gewone koelkast, geen industriële koffiemachine waar bijna 20.000 liter doorheen gaat op een jaar. Je gebruikt dit gefilterde water enkel in het begin van het jaar, wanneer je nog vol met goede voornemens zit, en in de zomer, wanneer het heel erg warm wordt. Dus waarom zou je niet gewoon je filter een aantal jaren laten zitten? 

Wel, als je een relatief laag debiet hebt doorheen je waterfilter, dan kan het na verloop van tijd - meer dan zes maanden, maar minder dan een jaar - een broeihaard worden van bacteriën. Doorgaans onschadelijk, maar toch ook niet echt bevorderlijk voor de feestvreugde.

Je komt er dus niet onderuit: of je het nu veel of weinig gebruikt, best vervang je de waterfilter om de zes maanden.

maandag 23 december 2013

Het goede voornemen

Met het aftikken van de laatste dagen van 2013, komt ook de terugblik op het voorbije jaar. Met haar ups en downs, meevallers en tegenvallers. Eigenlijk waren de vorige 365-tal dagen voor mij niet echt bijzonder, een jaar dat waarschijnlijk niet eens voor mijn geestesoog gaat passeren wanneer ik later half dementerend op mijn sterfbed lig.

2011, nu, dat is pas een jaar dat me gaat bijblijven. In dat jaar was mijn eega Lydia zwanger, en op 16 december is onze dochter Hermione geboren. Tot dan deelde ik mijn leven in twee periodes in, vóór en nadat ik Lydia leerde kennen. Op die vrijdag in midden december is het ante- en post-Hermione-tijdperk aangebroken. Sorry Lydia, je bent van je troon gestoten. What can I say...

2012 blijft me voornamelijk bij, omdat ik toen heel gezond ben gaan leven. Eigenlijk moet ik mijn schoonbroer Philip hiervoor danken. We waren op 5 augustus aan het bekvechten over wie het meest afgetakelde lichaam had. Ik argumenteerde heel redelijk dat hij het verst heen was, met zijn halfkale knikker en uitpuilende bierbuik. Uit elementaire beleefdheid zweeg ik nog over zijn afhangende schouders en knobbelknieën. Ik zou hierbij een foto van hem posten ter illustratie, maar Google Blogger heeft een policy tegen aanstootgevend beeldmateriaal... In ieder geval, hij schuimbekte dat ík het meest versleten lichaam had, omdat ik het meeste woog. Wat een compleet oneerlijk argument is, gezien ik stukken groter ben dan hij; maar liefst veertig millimeter (of nog meer!). Dus qua BMI (body mass index) kwam ik ettelijke tienden lager uit dan hij – wel twee!

Philip gaf aan dat hij daar iets aan zou veranderen. Hij had recent de voedingszandloper verslonden, en zou hiermee in een-twee-drie op zijn ideaal gewicht komen. Ik had het boek ook gelezen, en niet in het minst jaloers dat een arts die jonger is dan ik zulk een bestseller heeft geschreven, had ik er toch verschillende punten van kritiek op. Ik was ervan overtuigd dat ik met het puntensysteem van Weight Watchers nog véél sneller zou afvallen! Niet dat ik er een race van wou maken, dat zou behoorlijk kinderachtig zijn. Maar Philip wou dat overduidelijk wel, en hij was begonnen, zodus... De volgende dag begon ik aan mijn dieet.
Vier maanden later was Philip vijf kilogram afgevallen! Wow. En ik? Nou, ook ergens in die grootteorde, maar om meer precies te zijn: twintig! Jazeker. Twintig kilo. In your face Philip! Ik voelde me ook een stuk gezonder, en eigenlijk was het al bij al nog niet zo moeilijk. Ik noteerde alles wat ik at in een eetdagboek (over dit principe heb ik eerder al verhaald), en probeerde bovendien elke dag aan 10.000 stappen te geraken. Meer was niet nodig. Eenmaal dat je je meer bewust bent van wat je in je mond steekt, vermijd je de grootste boosdoeners automatisch.

Dus begin december vorig jaar zat ik op een BMI van 22,5, ongeveer het ideale gewicht. Een happy end. Or was it?

Want toen kwamen de feestdagen. De obligate etentjes. De champagne. De belugakaviaar. Okee, niet de belugakaviaar, maar wel allerhande vette hapjes en maaltijden. Ik dacht, what the hell. Ik zat toch op een goed gewicht, en bovendien begon iedereen zich af te vragen of ik wel écht aan het diëten was, en niet een of andere fatale ziekte onder de leden had. Dus wat maakte dat ene gebakje uit, of die twee loempia’s, of die drie zakken chips. In een kwestie van luttele weken was ik weer hervallen in mijn oude gedrag als suikerjunkie. Ik geraakte ook niet langer aan de 10.000 stappen. Ik viel terug op een luttele 4- à 5.000 pasjes per dag. 

In juli heb ik nog eens een halfhartige poging gedaan om wat van het verloren terrein terug in te winnen, maar tevergeefs. En vandaag moet ik toegeven dat ik van de twintig kwijtgespeelde kilo’s weer dertien teruggevonden heb.

Ja, 2013 is op gezondheidsvlak niet mijn beste jaar geweest.

Dus bij deze: mijn goede voornemen voor het nieuwe jaar. Ik ga terug een voedingsdagboek bijhouden, stappen tellen, en by jove, ik zal weer op mijn ideale gewicht geraken!

Maar wel pas vanaf 2 januari. Nu komen eerst nog de feestdagen, en ik wil ook niet in affronten vallen door eten of drank te weigeren...

maandag 9 december 2013

Wetswijzigingen voor externe diensten in een notendop

De Koninklijke Besluiten voor het Gezondheidstoezicht en Tarificatie van de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk worden grondig gewijzigd. De belangrijkste gevolgen in een notendop.

De wereld van de arbeidsgeneeskundige zit al jaren in het slop. Quasi alle externe diensten voor preventie en bescherming op het werk hebben een schrijnend tekort aan arbeidsgeneesheren. De job op zich kan interessant en uitdagend zijn, maar door de tekorten en de verplichtingen van de huidige wetgeving wordt teveel gefocust op "bandwerk" onderzoeken, die niet steeds een echte meerwaarde hebben. De minimumtarieven zijn ook onvoldoende gestegen, waardoor de specialisatie arbeidsgeneeskunde (die 4 jaar duurt bovenop de algemene vorming tot arts) financieel niet interessant is. Een huisarts verdient met gemak twee- à driemaal zoveel als een arbeidsgeneesheer.
Door dit alles wordt het doel van een zinvol preventief welzijnsbeleid voor alle werknemers in België niet meer bereikt.

Een wetswijziging was dus effectief wel nodig, en werd al meer dan 10 jaar geleden aangevraagd via zowel Co-prev (de overkoepelende dienst voor de externe diensten) als de BBvAg (de beroepsvereniging voor Arbeidsgeneesheren).

En nu eindelijk, met het eenheidsstatuut, worden ook het gezondheidstoezicht en de tarificatie van de externe diensten grondig herzien. Maar niet volgens de aanbevelingen van de externe diensten, noch van de sociale partners. Begrijp me niet verkeerd, er zitten veel goede zaken in. Onnodige periodieke onderzoeken worden afgebouwd. Er wordt meer aandacht besteed aan werkpostfiches. Maar een aantal andere wijzigingen gaan grote en ongewenste gevolgen hebben.

Co-prev is bezig met deze hele kwestie, en doet dat veel beter dan ik zou kunnen. Mijn nichtjes mogen me dan wel "oude oom" noemen, voor deze dingen ben ik nog een jonge vos. Maar omdat het zulk een impact zal hebben op "mijn" externe dienst AristA, en ik het ook heb moeten toelichten aan de raad van bestuur in two slides or less, bij deze ook even mijn korte analyse. Let wel, ik spreek op deze blog enkel uit eigen naam...


De tarificatie 

Momenteel is de tarificatie gebaseerd op de onderworpenheid, en deze is gekoppeld aan een risicoanalyse. Moet je met gevaarlijke machines werken of heb je contact met gevaarlijke producten? Dan ben je jaarlijks onderworpen aan een periodiek arbeidsgeneeskundig gezondheidstoezicht. Moet je regelmatig zware  voorwerpen tillen? Driejaarlijks onderworpen. Werk je aan een beeldscherm? Om de vijf jaar een ogentest. Niets van dit alles? Dan ben je niet onderworpen. (okee, ik simplificeer, maar daar komt het in grote lijnen op neer).

Een jaarlijks onderworpen werknemer kost 120,60 Euro per jaar; bij de overige categorieën wordt dit bedrag gedeeld door respectievelijk 3, 5 en 7. Lijkt dit veel? Vergeet niet dat het RIZIV hier niet tussenbeide komt.

Hiernaast is er ook een minimumtarief per werkgever. Als alle werknemers niet onderworpen zijn, moet de werkgever toch nog 103,37 Euro betalen bij minder dan 10 werknemers, en 206,75 Euro bij minder dan 20 werknemers.

Vier verschillende tarieven voor de werknemers, dat is wel complex. Men wilt nu gaan naar één forfaitair tarief. Wel, één tarief per hoog- of laag-risico NACE code. Eh, en ook een lager tarief voor KMO's. Dus uiteindelijk vier verschillende tarieven.
- Onderneming met meer dan vijf werknemers en activiteitensector met hoog risico: 87 Euro per werknemer.
- Onderneming met meer dan vijf werknemers en activiteitensector met laag risico: 52 Euro per werknemer.
- Onderneming met maximum vijf werknemers en activiteitensector met hoog risico: 70 Euro per werknemer.
- Onderneming met maximum vijf werknemers en activiteitensector met laag risico: 35 Euro per werknemer.

De externe diensten hebben het financieel niet ruim. Dus het totaalplaatje van bijdragen mag per externe dienst niet veel lager gaan liggen dan dat het nu is, of verschillende diensten gaan de boeken moeten sluiten. Het geheel mag uiteraard ook niet meer gaan kosten; het zijn tijden van besparingen. Het FOD WASO heeft dus de aantallen werknemers opgevraagd per externe dienst, en gaat op basis hiervan een onderverdeling maken van de hoog- en laagrisico NACE codes.

Dit maakt een abstractie van de individuele risico's, maar erger: de onderverdeling naar hoog- en laagrisico NACEcodes gaat niet gebeuren op basis van objectieve risicoanalyses, maar om de "pot" per externe dienst vergelijkbaar te houden.

Er is ook geen sprake meer van minimumtarieven per werkgever - of per werknemer, for that matter - de concurrentiestrijd kan nu pas echt beginnen! Enfin, KMO's worden hierdoor financieel zeer oninteressant, en zullen door externe diensten eerder afgestoten dan omarmd worden. Precies het tegengestelde van wat het FOD WASO wilt bereiken. 

Het takenpakket

Momenteel zitten een aantal eerste- en tweedelijnsactiviteiten in het forfait inbegrepen. Om ook weer vereenvoudigd weer te geven: in eerste lijn doen we de arbeidsgeneeskundige onderzoeken, doen we bedrijfsbezoeken en zijn we aanwezig op comités. In tweede lijn bieden we diensten aan via het tijdskrediet. Dit bedraagt maximaal 10 minuten per werknemer, en hiervoor geven we adviezen, voeren we risico-analyses uit, behandelen we pestklachten en onderzoeken we ernstige arbeidsongevallen. Zodra het tijdskrediet is opgebruikt, worden de diensten betalend.


Dit wordt grondig gewijzigd. De arbeidsgeneeskundige onderzoeken zitten nog steeds in het forfait, maar worden afgebouwd. Werknemers die jaarlijks onderworpen zijn, moeten nog slechts om de twee jaar gezien worden - MITS een risicoanalyse dit bevestigt. Wat als de werkgevers en masse besluiten dat ze geen zin hebben in zulk een risicoanalyse, en eisen dat de externe dienst dan toch nog de werknemers jaarlijks blijft zien?

Een aantal risico worden ook afgeschaft of gewijzigd. Zo wordt het risico voeding afgeschaft. Dit is een goede zaak, hiermee komt het in overeenstemming met de andere wetgeving. De risico's beeldschermwerk en heffen en tillen worden ook aangepast. Zo zal het volstaan dat een verpleegkundige om de vijf jaar een vragenlijst aflegt. Deze moeten wel nog beoordeeld worden door een arbeidsgeneesheer. Het gaat dus wel voor een gedeelte het tekort aan arbeidsgeneesheren oplossen (buiten de extra administratieve last dan), maar we hebben dan wel een hoop meer verpleegkundigen nodig.

Er moeten ook meer overlegmomenten komen tussen de arbeidsgeneesheer en de werknemer, en met de behandelende, adviserende en verzekeringsarts. Wat ik enkel kan beamen. Maar uit het KB is niet duidelijk op welke wijze dit dan dient te worden ingevuld. Je krijgt dan ook de pijnlijke situatie dat je jezelf de das omdoet, als je goed je werk wilt doen. De tijdsbesteding en werkdruk stijgen dan namelijk, maar de inkomsten blijven gelijk.

Wat betreft tweedelijnsactiviteiten wordt het wel zeer moeilijk.

Alle pestdossiers, alle formele en informele klachten vallen in het forfait. En dit wordt bovendien uitgebreid naar stressklachten. Dus werknemers die stress hebben op en door het werk, zullen hiervoor kunnen aankloppen bij de externe dienst, en dit zonder enige meerkost voor de werkgever. Goed voor de werkgever, maar onhaalbaar voor de EDPBW's! Je moet weten, stress en burn-out zijn epidemische vormen aan het aannemen.

Ook alle ernstige arbeidsongevallen tot 10 uur per jaar zitten in het forfait. Maar is dit per werknemer of per werkgever? Want ook dit zou verregaande gevolgen kunnen hebben.


Eigenlijk ben ik nog maar begonnen met het bespreken van de pijnpunten van de voorgestelde wetswijzigingen. Maar ik heb genoeg gezaagd. Ik hoop alleszins dat via Co-prev, de sociale partners en de werkgeversvertegenwoordigers er nog aanpassingen zullen komen aan de wetsvoorstellen. Uiteindelijk hebben we allemaal, het FOD WASO in de eerste plaats, hetzelfde doel voor ogen: een beter, meer doelgericht preventief welzijnsbeleid voor de Belgische werknemers.

zaterdag 16 november 2013

Navulbare oogspoelfles okee?

Nee.


Een collega meldt me dat ze tijdens rondgangen regelmatig de opmerking krijgt dat oogspoelflesjes zoals Ocal kostelijk zijn als ze frequent worden toegepast. Nu zijn er leveranciers die hervulbare oogspoelflessen verkopen. Dus kunnen we dit niet aanbevelen? Die flessen kan men stofvrij bewaren en vullen met kraantjeswater vlak voor gebruik; op voorwaarde dat er stromend water voorhanden is.

En in eerste instantie denk ik: tja, waarom niet? Dat is een heel stuk goedkoper, en er is niets mis met kraantjeswater. Maar bij nader inzien lijkt het me toch geen ideale oplossing.

1. Time is of the essence. Wanneer je de ogen moet spoelen, doe je dit best zo snel mogelijk. Als je dan een oogspoelfles eerst nog met water moet vullen, verlies je kostbare seconden.

2. Men raadt een oogspoelfles aan wanneer het eerder sporadisch voorvalt dat men de ogen moet spoelen, of wanneer er geen stromend water in de onmiddellijke nabijheid is. Als zulk een incident regelmatig voorvalt, dan investeert het bedrijf beter in een oogdouche*. Oogspoelflessen hebben het nadeel dat je slechts één oog tegelijk kunt spoelen, en dat de voorraad water beperkt is.


Wanneer ik deze casus vertel aan mijn echtgenote, maakt ze de bedenking dat wanneer men zo vaak de oogspoelflessen moet gebruiken, men best ook de werkprocedure eens grondig bekijkt, en alleszins veiligheidsbrillen voorziet. Ja! Daar had ik effectief nog niet bij stilgestaan. Maar inderdaad, preventie voor alles.

* Meer info is te vinden op bvb. http://www.ccohs.ca/oshanswers/safety_haz/emer_showers.html

donderdag 14 november 2013

Bof is back

Bof is een heel besmettelijke ziekte. De laatste jaren hoorde je er niet zo veel meer van, dankzij de hoge vaccinatiegraad bij ons. In 2012 is er echter een opflakkering geweest in het Gentse, en opnieuw dit voorjaar. Vandaag heb ik van twee collega's in Limburg twee onafhankelijke casussen doorgekregen; toeval of een nieuwe epidemie, ditmaal in het oosten van ons land?

Ik erger me er wel aan, dat dit nu nog steeds kan gebeuren. In een ideale wereld volgen de mensen de wetenschappelijke richtlijnen, en worden dergelijke vervelende virussen definitief de kop ingedrukt. Bijna alle kinderen kunnen  worden ingeënt, en de kleine groep zwakke kindjes worden beschermd door de kudde-immuniteit. Dat betekent dat deze minderheid niet beschermd is, maar omdat (bijna) iedereen rondom hen dat wel is, raken zij niet besmet. Voor bof ligt de drempel hiervoor rond de 80%: wanneer minstens vier op de vijf mensen gevaccineerd zijn, heeft de infectieziekte geen kans om uit te breiden tot een epidemie. Maar door een toenemend aantal religieuze nutcases en homeopathiedomkoppen (there, I said it) die "niet geloven" in vaccinatie, is de aandoening bezig aan een opmars.


Ok. Wat is nu mijn advies bij een melding van bof op het werk?

Personeelsleden die (mogelijk) zwanger zijn of met een zwangerschapswens: contact opnemen met hun behandelend arts, ter bepaling van hun beschermingsgraad (immuniteit). Indien bescherming niet zeker is, wordt de zwangere best van de werkplek verwijderd tot men zeker is dat het gevaar voor bof geweken is (incubatieperiode maximaal 25 dagen).
Zulk een verwijdering tijdens zwangerschap valt onder het KB Moederschapsbescherming. Ze worden van de werkplek met het risico verwijderd, bij voorkeur door overplaatsing naar andere werkpost. Als dat niet mogelijk is, leidt het tot een tijdelijke schorsing van de arbeidsovereenkomst = profylactisch verlof, dus verschillend van ziekteverlof.

Niet-zwangere personeelsleden: complicaties zijn zeldzaam, er zijn geen verdere acties nodig. Bij ongerustheid kunnen ze evenwel contact opnemen met hun behandelend arts, ter bepaling van hun beschermingsgraad (immuniteit) en eventuele vaccinatie.
Wel okee, technisch gezien krijgen één op de vier volwassen mannen met de bof een teelbalontsteking, en dit kan leiden tot steriliteit. Maar dat gebeurt zelden. En okee, inenting beschermt niet volledig tegen de bof, dus zelfs na vaccinatie met twee vaccins kun je de bof alsnog krijgen, maar dat is ook zeldzaam.

Ah, ook nog dit: de tijdelijke meldingsplicht voor bof bij Toezicht Volksgezondheid die werd ingesteld op 16 juni 2012, is sinds 1 november 2013 terug opgeheven.

vrijdag 1 november 2013

Inzage arbeidsgeneeskundig dossier

Ik weet niet wat er gaande is de laatste weken - is het iets in het water, of het vallen van de bladeren - maar het regent aanvragen naar inzage van het arbeidsgeneeskundig dossier. Als geneesheer-directeur van een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk (EDPBW) heb ik de twijfelachtige eer om elke aanvraag te bestuderen en te beantwoorden.

In principe heeft elke patiënt recht op inzage van diens medisch dossier, en zodoende kan ook elke werknemer zijn arbeidsgeneeskundig dossier raadplegen. In de praktijk gebeurt dit bij ons enkel wanneer de werknemer in kwestie overhoop ligt met diens werkgever, en overal informatie wilt verzamelen om te bewijzen dat hij of zij onheus behandeld werd.

Dat merk je ook aan de toon van de aanvraag. Zo ontving ik recent nog een behoorlijk dreigende brief van een werkneemster. Ze verwees erin naar de wetgeving, en gaf ons een duidelijke deadline waarbinnen we haar dossier moeten overmaken, or else... Ik heb haar in vormelijk Frans een antwoord gegeven, met extract van de desbetreffende wetgeving, waarin duidelijk staat dat we dit enkel kunnen en mogen overmaken mits tussenkomst van een arts.



Meer bepaald geldt de volgende wetgeving (*spoiler alert: de volgende paragrafen worden heel saai):

Wet betreffende de rechten van de patiënt van 22 augustus 2002. Hoofdstuk III: Rechten van de patiënt. Artikel 9.
§ 1. De patiënt heeft ten opzichte van de beroepsbeoefenaar recht op een zorgvuldig bijgehouden en veilig bewaard patiëntendossier.
Op verzoek van de patiënt voegt de beroepsbeoefenaar door de patiënt verstrekte documenten toe aan het hem betreffende patiëntendossier.
§ 2. De patiënt heeft recht op inzage in het hem betreffend patiëntendossier.
Aan het verzoek van de patiënt tot inzage in het hem betreffend patiëntendossier wordt onverwijld en ten laatste binnen 15 dagen na ontvangst ervan gevolg gegeven.
De persoonlijke notities van een beroepsbeoefenaar en gegevens die betrekking hebben op derden zijn van het recht op inzage uitgesloten.

Op zijn verzoek kan de patiënt zich laten bijstaan door of zijn inzagerecht uitoefenen via een door hem aangewezen vertrouwenspersoon. Indien deze laatste een beroepsbeoefenaar is, heeft hij ook inzage in de in het derde lid bedoelde persoonlijke notities. (In dit geval is het verzoek van de patiënt schriftelijk geformuleerd en worden het verzoek en de identiteit van de vertrouwenspersoon opgetekend in of toegevoegd aan het patiëntendossier.) 

Koninklijk besluit betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers van 28 mei 2003. Afdeling 8: Het gezondheidsdossier. Onderafdeling 5: Toegang. Artikel 91.
§ 1. Op verzoek van of met akkoord van de betrokken werknemer, mag de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer de arts die deze werknemer behandelt contacteren en hem documenten uit het gezondheidsdossier dat de gegevens bevat bedoeld in artikel 81, § 1, a), b) en d) lenen of hem er een afschrift van bezorgen.
§ 2. De werknemer heeft het recht kennis te nemen van alle medische persoonsgegevens en van de blootstellingsgegevens uit zijn gezondheidsdossier. Het verzoek om kennisneming evenals de aanvragen tot verbetering of schrapping van objectieve medische persoonsgegevens die deel uitmaken van het dossier, gebeuren door tussenkomst van een arts die hiervoor door de werknemer wordt aangeduid.
§ 3. Onder voorbehoud van de bepalingen van § 1 en § 2, en van de artikelen 84 en 88, worden alle nodige maatregelen genomen opdat niemand kan kennis nemen van het gezondheidsdossier.


Nog niet opgegeven? Prachtig! Okee, wat houdt dit alles nu concreet in?

De behandelende arts van de werknemer vraagt aan de geneesheer-directeur van de EDPBW om het arbeidsgeneeskundig dossier te raadplegen, ofwel door
- de werknemer; deze kan het dossier bekijken, maar niet de persoonlijke notities, ofwel door
- de arts; kan het hele dossier bekijken, en/of een afschrift van het dossier, dan wel zonder de persoonlijke notities.


zondag 20 oktober 2013

Bruisend water tegen de kater

Of nee wacht, SPRITE is het beste redmiddel tegen een kater! Zo lees ik het toch op verschillende nieuwssites, zoals bvb. die van Het Laatste Nieuws.
"Chinese onderzoekers hebben 'Sprite' tot beste middel gekroond om een kater te bestrijden..."
"De onderzoekers onderzochten de 'helende' werking van een zestigtal drankjes en daarbij kwam 'Sprite' verrassend als effectief middeltje uit de bus. De extracten van citroen en limoen zorgen ervoor dat onze lever een bepaald enzym sneller aanmaakt. En dat enzym zorgt op zijn beurt voor een snelle afbraak van alcohol."


Uit nieuwsgierigheid ben ik wat verder gaan zoeken naar de bron van dit nieuwsartikel. En via verschillende websites ben ik tot het originele nieuwsartikel geraakt op Chemistry World.
Geen vermelding hier van extracten van citroen of limoen. Wel dat een aantal dranken, waaronder Sprite en bruisend water, de activiteit van alcohol dehydrogenase (ADH) verlagen en de activiteit van aldehyde dehydrogenase (ALDH) verhogen.
"Among these drinks were Xue bi and Hui yi su da shui, carbonated drinks known in English as Sprite and soda water, respectively."
ADH versnelt de afbraak van ethanol tot acetaldehyde. Ethanol is de wetenschappelijke naam van de alcohol waar we allemaal zo van houden. Acetaldehyde is een afbraakproduct van ethanol, en veroorzaakt mogelijk een aantal van de nevenwerkingen na alcoholconsumptie. Dus hoe sneller dit wordt afgebroken en verwijderd, hoe sneller de kater verdwijnt. ALDH versnelt de afbraak van acetaldehyde tot acetaat. Acetaat is volledig onschuldig en wordt uitgescheiden in de urine.
Enfin, het verhaal is dus al iets anders, en naast Sprite wordt ook "gewoon" bruisend water vermeld.

Uiteindelijk heb ik ook het originele artikel gelezen. Het is in slecht Engels geschreven, en in een publicatie die niet in PubMed geregistreerd staat. Met andere woorden, ik zou de bevindingen van het artikel sowieso al met een serieuze korrel zout nemen. Dat gezegd zijnde, lijken de inhoud en de methodiek van het onderzoek me wel correct te zijn uitgevoerd.

In ieder geval, hierin staat dat van de 57 geteste dranken slechts één een duidelijk effect heeft op zowel het enzym ADH als het enzym ALDH. De drank "hui yi su da shui"  vertraagt de werking van het enzym ADH ietwat (dit zet ethanol om in acetaldehyde - this is bad) en versnelt de werking van ALDH (dit zet acetaldehyde om in acetaat - this is good). En nu komt de clou: Hui yi su da shui is NIET Sprite, maar bruisend water.

Het is erbarmelijk gesteld met de journalistiek. Iedereen kopieert zomaar van elkaar zonder zelf de feiten te controleren (mét registratie om het originele artikel te kunnen raadplegen heb ik hiervoor slechts een kwartier nodig gehad). En sommige "journalisten" hebben zelfs het lef om hun artikel wat verder op te smukken door zélf een verklaring uit te vinden (in dit geval "de extracten van citroen en limoen").

Wat hebben we dus geleerd?
1. Bruisend water zou de effecten van een kater wat kunnen verminderen; maar verder onderzoek is nodig.
2. Vertrouw niet zomaar op wat je leest... behalve dan als het van mij komt :-D.