zondag 6 juli 2014

Progressieve werkhervatting

Een tussendoortje.

Recent heeft een collega me de volgende casus voorgelegd. Bij een werkgever keurt men progressieve werkhervatting: starten aan halve prestaties en progressief opbouwen (bvb. na een maand ¾) goed.

Een werkneemster hervatte halftijds met aangepast werk. Dit werd aanvaard door de medisch adviseur. Maar die heeft nu het voorstel om naar ¾ te gaan afgewezen, en heeft aangegeven dat dan het recht op uitkering vervalt.


Zonder al te veel commentaar (I'm not in the mood), zal ik mijn antwoord hieronder weergeven.

Personen die een invaliditeitsuitkering hebben, kunnen progressief hervatten, in stappen van bvb. 10%. Dit zijn werknemers met een langdurige of chronische ziekte en werknemers die een handicap verworven hebben.

Maar bij deeltijdse werkhervattingen na (gewoon) ziekteverlof, zijn er slechts drie formules die steevast worden goedgekeurd: halve dagen werken, 2,5 dag per week werken, of over 2 weken 3 dagen werken de eerste week, en 2 dagen de volgende week.
De betreffende adviserende geneesheren kiezen ervoor om "Arbeidsongeschiktheid van ten minste 50% (medisch) behouden" te interpreteren als "halftijds werken".

Dit is niet correct. 

De omzendbrief van het RIZIV vermeldt expliciet dat de toelating niet noodzakelijk een halftijdse activiteit moet betreffen. Hoofdstuk III deel D: "Die eis van de vermindering van het vermogen van ten minste 50 %, zoals bedoeld in artikel 100, §2 van de gecoördineerde wet, heeft evenmin betrekking op het werkvolume dat door de adviserend geneesheer kan worden toegestaan (de toelating moet niet noodzakelijk een halftijdse activiteit betreffen)."


Sinds vorig jaar is de procedure voor deeltijdse werkhervatting nog versoepeld, trouwens.

De arbeidsongeschikte werknemer die aangepast werk wil hervatten, moet geen voorafgaandelijke toestemming meer verkrijgen van zijn adviserend geneesheer. De werknemer moet uiterlijk de laatste dag voor de werkhervatting zijn adviserend geneesheer inlichten en de toestemming vragen, via dit aangifteformulier.

zondag 15 juni 2014

Een alternatief onderwerp

De voorbije weken heb ik het enkel gehad over de recent verschenen Koninklijke Besluiten, en hun gevolgen voor de werkgevers, de werknemers en de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk. Een heel sexy onderwerp uiteraard, maar toch.

Hoog tijd dat ik het terug eens over iets compleet anders heb.



Maar waarover dan?

Met de recente erkenning van homeopathie in België, zou ik het uitgebreid kunnen hebben over de precieze werkingsmechanismen van deze populaire vorm van alternatieve geneeskunde. Twee op de drie Belgen gebruikt namelijk volgens een peiling uit 2013 homeopatische geneesmiddelen. Het werkelijke cijfer kan iets lager liggen, omdat men homeopathie nogal eens verwart met kruidengeneeskunde.
Een aftreksel van wilgenbast tegen hoofdpijn, een extract van Echinacea tegen verkoudheid; dat bijvoorbeeld zijn geen homeopathische medicijnen. 70% van de huidige geneesmiddelen zijn gebaseerd op plantaardige producten; ze zijn wel uitgezuiverd en precies gedoseerd.

En als ik het dan toch over alternatieve geneeswijzen heb, zou ik ook kunnen uitweiden over de eeuwenoude behandelingsvorm uit het oosten, acupunctuur. Het principe hiervan is dat bij een aandoening de levensenergie of chi uit evenwicht is. En door het plaatsen van naalden in het verloop van de 12 meridianen van het lichaam, wordt het evenwicht tussen yin en yang hersteld. Ik zou het kunnen hebben over de studies die hebben gekeken wat het effect is wanneer met opzet de meridianen worden vermeden, om te kijken hoe groot het placebo-effect is.

De recente polio-epidemie in Pakistan zou ook een onderwerp kunnen vormen van een blogartikel. Het vaccin is namelijk verplicht in België. Maar eerder deze week nog besloot een correctionele rechter dat een koppel dat het vaccin weigerde voor hun dochtertje, vrijuit gaat. Het vaccin bevat namelijk formaldehyde, en dat zou mogelijk kankerverwekkend zijn. Vaccins komen regelmatig in opspraak, zo wordt er ook gezegd dat er een verband bestaat tussen het BMR-vaccin (het vaccin tegen de bof, mazelen en rode hond), en autisme. Genoeg stof voor een reeks van blogartikels zelfs.


Maar ik heb een drukke job, die zo al veel van mijn tijd vergt. En de resterende vrije tijd wordt voor het grootste deel opgeslokt door mijn dochtertje van 2,5 jaar, mijn oogappel die het belangrijkste centrum van mijn leven uitmaakt.

Dus heb ik geen tijd om uitgebreid te verhalen over de werkingsprincipes, de talloze wetenschappelijke studies en de zorgvuldig onderzochte en geargumenteerde besluiten hieruit, en zal ik enkel zeer synthetisch de correcte antwoorden op bovenstaande beschouwingen geven.


1. Werkt homeopathie? 
Neen.
Het is puur een placebo-effect; dat is exhaustief en volledig aangetoond.

2. Werkt acupunctuur?
Neen.
Het is puur een placebo-effect; dat is exhaustief en volledig aangetoond.

3. Zijn vaccins schadelijk? Veroorzaakt formaldehyde in vaccins kanker? Is er een verband tussen vaccins en kanker?
Neen. Neen. Neen.
Als je een vaccin weigert voor je kind, dan speel je niet enkel met het welzijn van je eigen kind, maar ook dat van andere kinderen die het vaccin om medische redenen niet kunnen krijgen (zoals een onderontwikkeld immuunstelsel of HIV). Wanneer ontelbare medisch-wetenschappelijke studies en epidemiologische onderzoeken over de gehele wereld onomstotelijk hebben aangetoond dat vaccins niet schadelijk zijn, en de grootste medische sprong vooruit zijn in de menselijke geschiedenis, dan is een negatieve houding hiertegen geen toonbeeld van een onafhankelijke, kritische geest, maar wel van een arrogante, bekrompen betweter.


Ik overwoog nog even om deze argumenten te staven met hyperlinks naar de eigenlijke studies, maar werkelijk, what's the point? Ik vertel niets nieuws; de voorstanders van alternatieve geneeskunde (en by the way, "kwakzalverij" zou een betere benaming zijn) kan ik hier toch niet mee overtuigen. Het feit dat deze vormen van kwakzalverij en demagogie überhaupt nog bestaan, is een bewijs dat ze niet met wetenschappelijke argumenten te weerleggen zijn.

woensdag 4 juni 2014

Tarificatie externe diensten - Een werkmiddel

In de blogpost "Een schoolvoorbeeld" gaf ik een concrete inschatting van de financiële gevolgen van de nieuwe tarificatie voor een fictieve scholengroep. Sedertdien heb ik veel reacties ontvangen, waaronder vele vragen om de berekening te maken voor hun onderneming.

Uiteindelijk heb ik maar besloten om de berekeningen in een Excelbestand te gieten. Dit bestand kun je downloaden via deze link. Hiermee kun je heel eenvoudig zelf al een inschatting maken van de verschillen voor en na, zonder dat je naar een rekenmachientje moet grijpen.

Update 10/06/2014, ter verdere toelichting.
- Deze berekeningswijze is van toepassing voor bedrijven van de legale assen A, B en C+. Voor de KMO's kun je het niet echt gebruiken, want hier voorziet het nieuwe KB geen preventie-eenheden. Zij krijgen alle medische onderzoeken binnen het forfait zonder extra kost (behalve de voorafgaande en periodieke onderzoeken in de bedrijven met 1-5 werknemers - maar zij krijgen dan weer extra verlaagde tarieven).
- Het aantal uren consultaties omvat een half uur per werknemer (waarvan een kwartier bij de arbeidsgeneesheer en een kwartier bij de verpleegkundige).

Enkel de gele velden moet je invullen (de hoofdactiviteit volgens NACE-code selecteer je uit een keuzelijst - die vind je ook in het tweede tabblad terug).


zondag 1 juni 2014

De KB code

Kort: 
1. 2016: Geen medisch toezicht meer voor voedingswaren en beeldschermwerk.
2. 2014: Rechtstreeks en anoniem consult bij arbeidsgeneesheer. De werkgever maakt namen en contactgegevens van de artsen, psychologen en preventieadviseurs niveau I van de externe dienst kenbaar aan de werknemers.


Ahh, wat een plezier is het toch steeds weer om zich gezellig in de zetel te settelen en een nieuwe wettekst door te nemen. De trouwe Watson beschrijft de avonturen van zijn goede vriend Sherlock Holmes steeds zo duidelijk en onomwonden, dat men al veel te snel doorheeft wie de boosdoener is. Agatha Christie’s ijdele protagonist Hercule Poirot moet zijn petites cellules grises tevergeefs pagina’s lang pijnigen, zelfs wanneer men al lang het moordplot heeft ontrafeld. Zelfs de populaire hedendaagse schrijver Dan Brown weet ons sinds zijn meesterlijke (zij het historisch niet erg accurate) Da Vinci Code minder te boeien met zijn steeds voorspelbaarder plotwendingen.
Maar een nieuwe wettekst? Die kan men keer op keer doornemen, en nog steeds is het niet duidelijk wie nu precies wat heeft gedaan, op welke manier, en wat de gevolgen er van zijn. Ja, de auteurs die gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad zijn de onvolprezen Van Goghs van de schrijverswereld, die pas jaren na hun heengaan ten volle geprezen zullen worden voor hun literaire meesterwerken.

Laat ik eens het Koninklijk Besluit van 24 april 2014 tot wijziging van diverse bepalingen inzake welzijn op het werk in beschouwing nemen. De titel alleen al doet je sidderen van anticipatie, niet? Alle wetteksten die een wijziging van een eerdere wettekst voorleggen, zijn namelijk pareltjes van hermetische literatuur, waarbij men moet heen en weer laveren tussen de verschillende teksten om het mysterie te kunnen ontcijferen.
Zo moet je in dit KB letten op een wet, een algemeen reglement, vijf koninklijke besluiten en twee adviezen. Heerlijk. Want de nieuwe bepalingen worden niet weergegeven zoals ze nu zijn, enkel de wijzigingen worden opgesomd. Zo leest men al in het sterke eerste artikel dat in een eerder artikel van een ander koninklijk besluit een bepaling onder het vierde punt wordt opgeheven, en eenzelfde lot is beschoren voor het derde artikel, g), 3° van hetzelfde besluit. Een bepaling onder punt 11 en 12 wordt toegevoegd (deze wordt wel uitgeschreven in het huidige KB), en de eerste paragraaf in het vierde artikel wordt vervangen. Voor dit laatste wordt de nieuwe paragraaf voluit weergegeven, wat ik eigenlijk een beetje anticlimactisch vind in het voor het overige zeer sterke begin van het eerste hoofdstuk.

De overige 30 artikels gaan in dezelfde trant verder, met (spoiler alert!) in artikel 30 de onverwachte dramatische plotwending dat 17 van de 31 artikelen niet pas in voege gaan op 1 januari 2016, maar al de dag waarop deze potentiële blockbuster wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Wat dus al het geval is, anders hadden we deze tekst niet kunnen lezen! Meesterlijk.

Tot mijn onthutsing verneem ik dat niet iedereen zich even enthousiast in deze nieuwe pageturner wilt verdiepen, en velen enkel de belangrijkste gevolgen willen kennen van dit nieuwe KB. Voor hen dus deze synopsis met de belangrijkste wijzigingen.


Vanaf 1 januari 2016

Medisch toezicht afgeschaft voor 
  • Contact voedingswaren (artikel 5, 8, 10, 21, 25)
  • Beeldschermwerk (artikel 23, 24)

In plaats hiervan: 
  • Contact voedingswaren: risicoanalyse + opleiding (artikel 26)
  • Beeldschermwerk: risicoanalyse + eventueel bevraging werknemers (artikel 23) 


Vanaf 23 mei 2014

De werkgever moet ook de arbeidsgeneesheer verwittigen wanneer de lichamelijke of geestelijke toestand van een werknemer het arbeidsrisico verhoogt (artikel 4).

De werknemer kan rechtstreeks en anoniem een consult aanvragen bij de arbeidsgeneesheer:
  • voorafgaand aan de werkhervatting (artikel 15) en 
  • voor een spontane raadpleging (artikel 16).

Een voorafgaand onderzoek (= vroegere aanwervingsonderzoek) kan niet meer tijdens de proeftijd, maar moet plaatsvinden als laatste stap in de procedure van aanwerving (artikel 11).

De werkgever vermeldt op een gemakkelijk toegankelijke plaats de namen en contactgegevens van de preventieadviseurs arbeidsveiligheid, arbeidsgeneeskunde en psychosociale aspecten (artikel 27).

Voor interne diensten: extra sectoren beschouwd als zware risico’s (artikel 28):
  • vleesverwerkende nijverheid
  • menselijke gezondheidszorg
  • vervoer en opslag.

Hiermee heb ik niet alle gevolgen beschreven van dit nieuwe KB, maar het geeft jullie alleszins een algemene indruk, en wie weet, een incentive om het KB zelf aan een nader onderzoek te onderwerpen.

zondag 25 mei 2014

Tarificatie externe diensten - Een schoolvoorbeeld

Met het nieuw KB Tarificatie dat zal ingaan vanaf 1 januari 2016 en het KB met wijzigingen van bepalingen van het gezondheidstoezicht, komt een grondige wijziging van de berekening van de tarieven van een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk (zie ook een aantal eerdere blogposts). Voor een aantal bedrijven leidt dit ook tot een grote kostenstijging of -reductie.

Momenteel is de kost van de externe dienst berekend op de individuele risicoprofielen van de werknemers, en de periodiciteit van het arbeidsgeneeskundig gezondheidstoezicht dat hieraan gekoppeld is. Zo betaalt de werkgever jaarlijks ongeveer 120 Euro voor elke jaarlijks onderworpen werknemer, 120/3 Euro en 120/5 Euro voor elke respectievelijk 3- en 5-jaarlijks onderworpen werknemer, en 120/7 Euro voor alle niet-onderworpen werknemers.

Vanaf 2016 betaalt de werkgever één vast minimumtarief per werknemer, op basis van hun hoofdactiviteit, zoals aangeduid door hun NACE-code, en hun grootte. Bedrijven met meer dan 5 werknemers betalen een standaardtarief van 87 Euro per werknemer of een verlaagd tarief  van 52 Euro. Bedrijven met 1 tot en met 5 werknemers betalen een standaardtarief van 55 Euro of een verlaagd tarief van 35 Euro.

Bedrijven zonder interne preventieadviseur (dus bedrijven van de legale assen C- en D) krijgen alle activiteiten MED + PSY binnen dit formaat, behalve (voor bedrijven met 1-5 werknemers) het voorafgaand en periodiek onderzoek = 77,53 Euro en de psychosociale interventies vanaf het moment dat de identiteit van de aanvrager gekend gemaakt wordt bij de werkgever.

Bedrijven met een interne preventieadviseur niveau I of II (dus bedrijven A, B en C+) krijgen geen forfaitair basispakket. Wel krijgen ze preventie-eenheden. Per betaald bedrag van 150 Euro krijgt men één eenheid. Voor de uurberekening komt hier een correctie op, afhankelijk van het ter beschikking gestelde profiel. Een preventieadviseur niveau I wordt berekend aan 100%, een preventieadviseur-arbeidsgeneesheer aan 125%, en een preventieadviseur niveau II of een verpleegkundige aan 75%.

Wanneer je preventie-eenheden zijn opgebruikt, kun je bijkomende dienstverlening betalen aan 115 Euro per uur, met dezelfde wegingsfactoren van hierboven.


Maar wat betekent dit concreet?

Stel, je bent een scholengroep met 10 scholen en, oh laat ons een volledig ad random getal nemen: 173 werknemers.

Hiervan zijn in het huidige systeem gemiddeld 70% niet onderworpen: leerkrachten zonder specifieke chemische, biologische of fysische risico's. Dus: 121 werknemers aan 17,22 Euro per werknemer = 2084 Euro.
Van de overige 30% zullen we aannemen dat de helft onderworpen is aan het risico beeldschermwerk (dus werknemers jonger dan 50 jaar hebben een 5-jaarlijkse onderworpenheid, ouder dan 50 jaar een 3-jaarlijkse onderworpenheid). De kost van deze 26 werknemers komt ruwweg overeen met 784 Euro.
De resterende 26 werknemers zullen we voor deze denkoefening een jaarlijkse onderworpenheid meegeven: de technische leerkrachten, de  onderhoudswerknemers. Kost: 3136 Euro.
Voor elke al dan niet onderworpen werknemer krijg je 10 minuten tijdskrediet, die je kunt opgebruiken voor tweedelijnsactiviteiten risicobeheersing. Voor de scholengroep vertaalt dit zich in een kleine 29 uur tijdskrediet. Deze kosten normaal gezien 103,37 Euro per uur. Het houdt dus een extra voordeel in van 2980 Euro.
Financiële eindafrekening: ca. 6000 Euro voor de consultaties, bedrijfsbezoeken en 29 uur tweedelijnsactiviteiten risicobeheersing. 


En nu maken we de balans op van het nieuwe systeem.
*Update 26/05 Er staat een fout in de NACE overzichtstabel, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Onderwijs valt onder verlaagd tarief. De berekeningen heb ik hiernaar aangepast.
 

De NACE-code van een school zit in de groep 85. Dit houdt een verlaagd tarief in van 52 Euro per werknemer. Voor 173 werknemers komt dit overeen met ca. 9000 Euro.
Hier komt géén tijdskrediet bovenop. Wel kan de school gebruik maken van preventie-eenheden. Per betaald bedrag van 150 Euro krijg je één eenheid. De school kan dus beschikken over 60 preventie-eenheden. Elke activiteit van zowel het medisch departement als het departement risicobeheersing, zit hierin vervat. Met andere woorden: de onderzoeken en bedrijfsbezoeken worden hier ook van afgetrokken.

De tien te bezoeken scholen kosten je tien maal vier uren arbeidsgeneesheer (voorbereiding, bezoek en verslag). Een PA-AG wordt berekend aan 125%; je bent dus al 50 van je 60 preventie-eenheden kwijt.
De werknemers met het risico beeldschermwerk moeten niet meer op periodieke gezondheidsbeoordeling komen. De 26 jaarlijks onderworpen werknemers wel. Aan een kwartier per werknemer ben je minimaal 13 eenheden kwijt (125% voor de arbeidsgeneesheer PLUS 75% voor de verpleegkundige). De spontane consultaties en consultaties voorafgaand aan de werkhervatting mag je ook niet vergeten, zeker gezien de werknemers deze vanaf heden rechtstreeks aan de arbeidsgeneesheer mogen aanvragen. Het aantal spontane raadplegingen is de laatste drie jaar sowieso al bezig met een explosieve toename (daar heb ik het in oktober van vorig jaar nog over gehad). 16 spontane raadplegingen op een jaar is geen onrealistische inschatting; dit kost nog eens 8 eenheden.
Voor het gemak laat ik de comitévergaderingen en overige overlegmomenten hier buiten beschouwing.
Zodoende kom je dus al 11 preventie-eenheden tekort. Deze uren kun je wel bijkomend betalen, maar dat betekent dus nog eens 1265 Euro.

Wil je een gelijkaardige dienstverlening als in het huidige systeem, dus met nog eens 29 uren tweedelijnsactiviteiten zoals risicoanalyses, werkpostbezoeken en dergelijke meer, dan moet je hierboven nog 3335 Euro ophoesten.

Financiële eindafrekening: ca. 13500 Euro voor de consultaties, bedrijfsbezoeken en 29 uur tweedelijnsactiviteiten risicobeheersing.


De scholen zullen dus 125% extra moeten betalen voor een gelijkaardige dienstverlening; in dit voorbeeld 13.500 Euro i.p.v. 6.000 Euro.


Wat zou ik doen als werkgever doen?

Ik zou al beginnen met te onderhandelen over de bedrijfsbezoeken. Is een arbeidsgeneesheer nu echt nodig? Een preventieadviseur niveau 2 is al ruimschoots voldoende voor de basisscholen, en het kost me al bijna de helft minder. Een jaarlijks bezoek is misschien ook teveel van het goede. De Co-Prev richtlijnen zeggen trouwens al dat één maal om de drie jaar volstaat. De kost wordt dan nog eens gedeeld door drie. En vier uur voor een bedrijfsbezoek? Op een uurtje heb je alles toch wel gezien zeker; neem dan nog een extra uur voor de verplaatsing en het verslag, dan heb je toch ook weer de verbruikte preventie-eenheden verder gehalveerd.

De consultaties dan. Geeft het voor die 26 werknemers écht een meerwaarde om ze jaarlijks de revue te laten passeren? Toch eens laten beoordelen aan de hand van een risicoanalyse van de werkposten. Het nieuw KB laat toe dat er ook onderzoeken zonder arbeidsgeneesheren uitgevoerd worden. Een screening door een verpleegkundige zal ook al goed zijn zeker, behalve dan voor de écht moeilijke dossiers en voor bijvoorbeeld de veiligheidsfuncties. En is een kwartier per werknemer nu echt wel nodig? Laat ze gewoon even tien minuutjes langsgaan - aan zes onderzoeken op een uur in plaats van vier bespaar ik weer 50% op deze deelfactuur. Aan de externe dienst om me te overtuigen waarom een kwartier nodig is, en waarom ik niet naar de andere externe dienst zou gaan die wél wilt meegaan in dit verhaal.

Zo komen al een hoop extra preventie-eenheden vrij, naar believen te besteden. Een psychosociale risicoanalyse is misschien nuttig, of een ergonomisch advies rond het nieuwe schoolgebouw. En wanneer de externe dienst haar werk niet doet, dan kan ik volgens de nieuwe wetgeving een kwijtschelding van de al betaalde forfaitaire bijdrage eisen.


Conclusie

Dat zijn de zin en het gevaar van de nieuwe wetgeving. Aan de ene kant wordt de werkgever aangespoord om de beschikbare uren van de externe dienst nuttiger te besteden, en voor de externe dienst zijn er échte consequenties bij een gebrekkige dienstverlening. Aan de andere kant doemt het gevaar op dat er meer aandacht wordt besteed aan kwantiteit dan aan kwaliteit.

Bovendien kunnen de werkgevers die in het nieuwe systeem meer moeten betalen en de hele heisa niet zien zitten, het hele systeem kortsluiten door zelf een medisch departement op te richten dat deel uitmaakt van de eigen (gemeenschappelijke) interne dienst. Blijven de bedrijven over die minder zullen moeten betalen, maar waarvoor meer dienstverlening wordt gevraagd van de financieel toch aan nauw bemeten externe diensten.


Ik ben benieuwd hoe het preventielandschap er in België er binnen anderhalf jaar uit zal gaan zien, en hoeveel externe diensten de komende storm zullen doorstaan. Zal ik mijn profiel op Linked In alvast maar wat gaan oppoetsen?

zaterdag 24 mei 2014

Tarificatie externe diensten 2 - Full disclosure

Zo. De nieuwe KB's (wijziging van diverse bepalingen en tarifering) zijn gisteren gepubliceerd in het Belgisch Staadsblad. De meeste bepalingen gaan in vanaf 01/01/2016, zoals ik in het vorig artikel al aangaf. Een aantal wijzigingen gaan echter vanaf nu al in voege.

Bij deze een korte beschrijving van de belangrijkste wijzigingen.



1. Forfaitaire minimumbijdrage (artikel 13/2 §2)
Op basis van de NACE-code van de onderneming.

Werkgever > 5 werknemers
Standaardrisico 87 €
Verminderd risico 52 €

Werkgever 1-5 werknemers
Standaardrisico 55 €
Verminderd risico 35 €


2. Dienstverlening in forfait (artikel 13/3 en 13/4)
Geen interne PA (C-, D)
Activiteiten MED + PSY, behalve 
1-5 WN: voorafgaand / periodiek onderzoek = 77,53 €
Activiteiten vanaf wanneer identiteit WN gekend bij WG
Interne PA I/II (A, B, C+)
Preventie-eenheden: 150 € per uur
PA niv I 100%
PA-AG 125%
PA niv II / verpleegkundige 75%
Al de activiteiten MED + RIM
Overdraagbaar naar volgende jaren


3. Beeldschermwerk en voeding (artikel 23-26)
Medisch toezicht verdwijnt. In de plaats komt een risicoanalyse.


4. Bezoek voorafgaand aan de werkhervatting en spontane raadpleging (artikel 15-16)
Elke werknemer kan rechtstreeks bij de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer een bezoek voorafgaand aan de werkhervatting of een spontane raadpleging vragen.
Dit gaat ONMIDDELLIJK in.


Dit zijn de wijzigingen in een notendop. Het is uiteraard niet het volledige verhaal. Daarvoor moet je de KB's maar doorploegen, of de uitleg die Kluwer, Prebes, Prevent en uiteraard het FOD WASO al hebben gegeven, en nog verder zullen uitdiepen in de komende weken en maanden.

Zelf zal ik het wellicht nog gaan hebben over een aantal praktische gevolgen, en de risico's die hieraan verbonden zullen zijn. Het is me alleszins al duidelijk dat het FOD WASO een belangrijke rol zal moeten spelen om misbruiken te vermijden, of een negatieve evolutie van het arbeidsgeneeskundig toezicht naar een repressief verzuimbeleid. Het psychosociaal toezicht zal een veel belangrijker rol gaan spelen, zowel door psychologen als arbeidsgeneesheren - en terecht. En de rest, dat zien we nog wel.

zaterdag 10 mei 2014

Tarificatie externe diensten

Op 9 december van vorig jaar heb ik wat informatie over het ontwerp-Koninklijk-Besluit voor tarificatie van externe diensten op deze site geplaatst. De wettekst is ondertussen na wat lobbywerk van werkgevers- en werknemersorganisaties wat aangepast, en de gerapporteerde info dus gedeeltelijk achterhaald. Helaas mag ik nog niets over de details van het huidige ontwerp-KB zeggen, buiten datgene dat minister Monica De Coninck onlangs zelf  in een persbericht heeft verklaard. Maar bon, bij gebrek aan beter, here goes...


Momenteel is de tarificatie gekoppeld aan de individuele arbeidsrisico's van de werknemer. Deze risico's bepalen of de werknemer een periodiek medisch onderzoek bij de arbeidsgeneesheer moet ondergaan.
De werkgever betaalt jaarlijks ongeveer 120 euro voor elke jaarlijks onderworpen werknemer, 120/3 Euro en 120/5 Euro voor elke respectievelijk 3- en 5-jaarlijks onderworpen werknemer, en  120/7 Euro voor alle niet-onderworpen werknemers.

In plaats van deze vier cijfers, gaat men naar één tarief voor alle werknemers in de onderneming. Er zijn wel verschillende tarieven, op basis van de grootte van de onderneming, en de sector. Het standaardtarief bedraagt 87 Euro. Ondernemingen met een lager risico (dit wordt bepaald aan de hand van de NACE-code), zullen 52 Euro per werknemer moeten neerleggen. Voor ondernemingen met 1-5 werknemers zijn lagere bedragen voorzien. Welke bedragen, dat vermeldt het persbericht niet, en mag ik dus ook nog niet zeggen. Hierop zul je nog even moeten wachten tot het KB effectief verschijnt.

Minister De Coninck heeft het specifiek over het groeiend probleem van burn-out. Hier heb ik het op 1 oktober van het vorige jaar nog over gehad. Hier kan men slechts één logische conclusie uit trekken: de minister leest mijn blog! Graag gedaan, Monica. (je had mijn naam wel even mogen vermelden in je persbericht, maar bon).

De nieuwe regeling schaft sommige periodieke medische onderzoeken af. Het periodiek onderzoek voor werken aan een beeldscherm gaat bijvoorbeeld sneuvelen (eindelijk!), en wordt vervangen door een risicoanalyse.

Het nieuwe en eenvoudige systeem laat soepelheid en maatwerk toe, zo zegt de minister in haar persbericht. En dat is effectief wel zo. Ik kan hierover niet in detail gaan, maar een onderneming zal inderdaad, veel meer dan nu, zelf kunnen bepalen op welke wijze de dienstverlening door haar externe dienst wordt ingevuld. Het wordt hierdoor wel wat koffiedik kijken wélke dienstverlening de ondernemingen precies zullen vragen. Gaan  we meer psychologen moeten aanwerven, zal er meer vraag zijn naar ergonomen, of blijft de arbeidsgeneesheer uiteindelijk toch het knelpuntprofiel waarachter alle externe diensten zitten te vissen in de steeds kleiner wordende poel?

Enfin, de hervorming van de tarificatie zal pas in voege gaan op 1 januari 2016, in plaats van het eerder voorziene 1 januari 2015. Het geeft dus wat meer tijd om een nieuwe visie uit te werken, en een nieuw evenwicht te vinden. Het worden alleszins interessante tijden.

zondag 23 februari 2014

Winterblues

Zo. Nieuwjaar is alweer bijna twee maanden achter de rug. Hoe zit het met de goede voornemens? Je bent toch nog steeds vol goede moed aan het joggen, mag ik hopen! En de keukenkasten zijn nog steeds gevrijwaard van ongezonde snacks?

Als je toch al bent hervallen in je oude gewoontes: geen nood, ik heb een goed excuus voor je. Waarschijnlijk heb je last van een winterdepressie. De medische wereld gebruikt de term Seizoensafhankelijke Depressie/ Seasonal Affective Disorder, kortweg "SAD". Januari en februari zijn de ergste maanden.
Wat, zeg je verbijsterd, waarom schrijf ik dit dan nu pas, eind februari? Ehh, ik voelde me de voorbije maanden te moe.


--Wat is het--

Een winterdepressie is een depressie die je in de wintermaanden hebt. Duh. De symptomen lijken dus ook behoorlijk veel op een gewone depressie. Zo heb je de (soms zeer uitgesproken) vermoeidheid, en je voelt je somber en prikkelbaar. Zo zijn er nog een aantal symptomen, maar ik heb geen zin om die verder op te sommen. Ze zijn te deprimerend.
Het onderscheidt zich wel van een "gewone" depressie. Zo treedt het telkens op in de donkere wintermaanden na de feestdagen, en het verbetert spontaan in de lente, wanneer de dagen lengen. Ook ben je met winterblues vermoeid ondanks voldoende slaap, terwijl je met een niet-seizoensgebonden depressie vermoeid bent door een slaaptekort: je kunt de slaap niet vatten omdat je voortdurend piekert.
Maar nog een belangrijk verschil - en hier komt de spreekwoordelijke kers op de taart - is de snoepgoesting. Deze is typisch voor winterblues, en geldt dus als een goed excuus voor je falend nieuwjaarsvoornemen. Wanneer je een depressie hebt, heb je doorgaans helemaal geen eetlust, en zal je eerder vermageren in plaats van te verdikken. Wat dan weer het enige positieve punt is aan een depressie.

Ik heb het nodig! Ik heb de winterblues. Dit is mijn medicatie.

--Wat veroorzaakt het--

Niemand kent de precieze oorzaak. Er zijn wel een aantal werkhypothesen. Een eerste vermoeden is dat onze biologische klok lijdt onder de verminderde hoeveelheid licht tijdens de duistere wintermaanden. Dit verklaart alleszins waarom het vaker optreedt hoe noordelijker je gaat. En waarom de Zweedse detectivereeksen zo somber zijn. Neem eens een zonnevakantie, Wallander!
Wat gebeurt er precies? De epifyse of pijnappelklier is een kliertje in je hersenen ter grootte van een gedroogde erwt. Gedurende de nacht scheidt die het hormoon melatonine af. Melatonine zet het slaapmechanisme in gang. Dus bij te hoge concentraties kun je last krijgen van een aanhoudende vermoeidheid. Het hormoon speelt ook een rol in de interne regeling van de biologische klok, en dit is tevens de tweede werkhypothese. Door een ontregeling van je dag-nacht ritme krijg je een gestage verschuiving ervan, waarbij je je steeds later op de dag "wakker" voelt.
Er zijn nog een aantal theorieën, met tekorten van de neurotransmitters serotonine, dopamine of noradrenaline, maar deze zijn minder gefundeerd, en bovendien heel saai. 

--Wat kun jij doen--

Je hoeft niet bij de pakken te blijven zitten! Ik geef je een aantal stappen die je zelf kunt nemen.

1. Ga naar het licht

Mensen met een winterdepressie reageren heel goed op licht. Het is dan ook de voorkeursbehandeling van winterblues. Dus ga op vakantie naar Australië!
Als de balans je bankrekening de trip naar down-under niet toelaat, kun je altijd nog een lichtbak huren of kopen. Dit zijn speciale lampen met een lichtintensiteit van 2.500 tot 10.000 lux. Ter vergelijking, bureauwerk doe je bij een lichtintensiteit van om en bij de 300 lux.
Er zijn nu zelfs lichtgevende brillen te koop bij de apotheek. Ik kwam zelf onlangs in de verleiding om het uit te proberen, maar het prijskaartje van 250 Euro deed me redelijk plots van gedachten veranderen. Zo moe voel ik me eigenlijk ook weer niet.
Hier toch even een disclaimer: deze therapie heeft bij sommige mensen ongewenste neveneffecten, zoals geïrriteerde of tranende ogen, en hoofdpijn. Dus vooraleer je deze behandeling in overweging neemt, ga je toch best eerst even te rade bij je arts. En voordat je het vraagt; liggen onder een zonnebank: ja, dat kan heel nuttig zijn. Als je huidkanker wilt kweken. Maar niet om winterblues te bestrijden.

Ja, je hond kan blijkbaar ook de winterblues krijgen.

2. Ga naar buiten en beweeg

Het buitenlicht is op zich al een voordeel (zie stap 1). Maar ook de fysieke activiteit helpt om je wakkerder te voelen, en om beter te slapen. Als ik al de gezondheidsvoordelen van een half uur extra wandelen per dag in pilvorm zou kunnen gieten, dan zou ik waanzinnig rijk zijn. Want dit medicijn zou meer effect hebben dan al de andere pharmaceutica samen. Helaas bestaat zo'n pil (nog) niet, dus trek die jas aan en ga naar buiten!

3. Eet gezond

Koolhydraten zijn de laatste tijd in onmin geraakt, en dat is wel degelijk terecht. Vooral de suikers zijn ongezond. Deze snelle koolhydraten zitten voornamelijk in frisdranken, snoep en gebakjes. Ze geven een kortdurende boost van energie, die echter snel omslaat in een post-suiker-dip. De complexere koolhydraten in de vorm van zetmeel zijn al een stuk minder schadelijk. Maar deze moleculen, die voornamelijk zitten in aardappelen, brood, rijst en pasta, geven tot een aantal uren na de maaltijd een verzadigd, loom gevoel.
Dus: vermijd koolhydraten, vooral de suikers, en eet veel groenten en fruit.

4. Zoek gezelschap op

Het is af en toe wel eens nodig om je te kunnen afzonderen van de hele buitenwereld, maar drijf dit niet te ver. De mens is een sociaal dier. Dus neem actief stappen om op regelmatige basis je sociale contacten te onderhouden. Maak bijvoorbeeld een wekelijkse afspraak met je vrienden of je collega’s in een gezellig café. En in een volgend artikel pakken we je drankprobleem dan wel weer aan.

Hij heeft alleszins geen winterdepressie.

zaterdag 1 februari 2014

Het grote griepgevaar

Zware, kloppende hoofdpijn. Hoge koorts met hevige rillingen. Algemene, ondraaglijke spierpijnen. En een allesoverheersend onwelzijn en misselijkheid. Iedereen kent het wel. Het zijn uiteraard de gevolgen van het kijken naar een optreden van Justin Bieber.
Maar het zijn ook de symptomen van griep. Deze virusinfectie teistert elke winter de wereldbevolking, en staat nu weer voor de deur.
Verwar het niet met een verkoudheid. Het griepseizoen schiet pas echt uit de startblokken in januari, en houdt dan een tiental weken aan. Je kunt er ook veel zieker van worden dan bij een banale snotvalling. Het kan gaan van een week koorts met spierpijn tot de dood, of erger nog, ziekteverlet. En dat in de periode van de evaluatiegesprekken!

Is er dan niets dat je kunt doen? Wel jazeker. Er bestaat een zeer veilige, eenvoudige en effectieve preventieve maatregel: de griepprik. Deze beschermt je in meer dan 80% van de gevallen tegen de griep, en geeft op zijn minst een gedeeltelijke bescherming. Ben je nu niet blij dat je bent ingegaan op de gratis spuitjes die je via je werkgever kon bekomen? Je kunt nu met een gerust hart op beide oren slapen.
Wat, je bent geen vaccin gaan halen? Oh, wel, daar is het nu wel te laat voor... Eh, veel sterkte dan maar!


Okee, zal ik toch maar een aantal gezondheidstips te geven voor de niet-gevaccineerden. Niet dat die echt zoveel uithalen, maar bon.

1. Was je handen.
De meeste mensen zitten constant aan hun gezicht, niezen in hun handen, peuteren in hun neus... Die viezeriken geef jij dan een hand, om achteraf precies hetzelfde te doen! Best dat je dus regelmatig deze slijmerige bacteriën van je handen wast. Gewone zeep is even effectief als de dure antibacteriële snufjes.

2. Vermijd zieken.
Helaas is het vandaag de dag niet meer toegelaten om de zieken te verplichten rond te lopen met een ratelaar, zoals de lepralijders van weleer. Je zult dus zelf de komende weken op je hoede moeten zijn en mensen die er post-Bieber uitzien als de pest ontwijken.
Als je zelf ziek bent, dan blijf je beter thuis, in plaats van al de anderen aan te steken. Carrièretip: blijf niet thuis, en geef je belangrijkste concurrenten een dikke smakkerd!

3. Leef gezond.
Als je in een algemeen goede conditie bent, ga je ook minder vatbaar zijn voor de griep. Drink dus voldoende water, beweeg regelmatig en slaap voldoende. Deze maatregelen zouden bovendien ook voor andere dingen goed zijn - langer leven en zo. Win-win!

4. Laat je vaccineren.
Voor dit griepseizoen is het dus te laat. Nu, het zal waarschijnlijk toch maar een mild seizoen worden, you lucky bastards. Maar volgend jaar kan het anders zijn! Zo om de zeventig jaar muteert het griepvirus in die mate dat er een pandemie optreedt. De laatste echt grote pandemie dateert van 1918-19; hieraan stierven toen 20 tot 100 miljoen mensen (men weet het niet zo precies; maar ach, wat zijn een aantallen tientallen miljoentjes meer of minder). Een paar jaar geleden bleek de varkensgriep een vals alarm te zijn, maar vroeg of laat is het wél prijs. Haal dit najaar dus toch maar dat spuitje.

dinsdag 21 januari 2014

Het mysterie van het stijgend aantal asbestslachtoffers

“Aantal asbestslachtoffers stijgt en we weten niet waarom”. Dat lees ik onlangs in verschillende nieuwsbronnen (bvb. deze). Het gebruik van asbest is in België sinds 1998 verboden, maar het aantal erkende slachtoffers van longvlieskanker is nu aan het stijgen.

"Longvlieskanker duikt meestal pas twintig, dertig tot zelfs veertig jaar na blootstelling met asbest op. We begrijpen dus zelf niet goed waar die stijging vandaan komt. Het is mogelijk dat we nu in een piekperiode terecht zijn gekomen. Of deze trend zich zal verderzetten, weten we niet", aldus Alexander Van de Sande, woordvoerder van het Fonds voor de Beroepsziekten.

Dit vind ik een merkwaardige uitspraak. Als er een instantie is die dit zou moeten weten, is het toch het FBZ.

Een mesothelioom, een longvlieskanker die enkel door blootstelling aan asbest wordt veroorzaakt, heeft een zeer lange latentietijd. Twintig jaar is kort, meestal treedt ze pas op dertig à veertig jaar na blootstelling.

Ik heb eens opgezocht wat het verbruik van asbest in België was in de vorige eeuw. Het US Department of Geological Survey geeft in haar rapport “Worldwide Asbestos Supply and Consumption Trends from 1900 through 2003” de cijfers voor België en Luxemburg samen; close enough.



In bovenstaande grafiek kun je zien dat het gebruik van asbest in onze regio (waarden in metrieke ton) in opgang kwam in de jaren 60, met een piek midden jaren ’70 en een stelselmatige afname vanaf midden jaren ’80.

Met deze gegevens zou je een mooie epidemiologische analyse kunnen maken. Je moet rekening houden met het cumulatieve risico op het ontwikkelen van kanker door asbest – dit is gecorreleerd aan de blootstellingshoeveelheid en -duur (zie de gegevens uit het rapport) – en de latentietijd van het ontwikkelen van een mesothelioom (30-40 jaar). Voor het gemak laat ik andere vormen van longkanker door asbest en asbestosen hier buiten beschouwing.

Ik laat zulk een grondige analyse over aan gespecialiseerde epidemiologen. Maar om even snel door te nemen: met een blootstelling aan asbest die echt start midden jaren ’70 en pas midden jaren ’80 afneemt, en een latentietijd van optreden van mesotheliomen van 30-40 jaar, verwacht je een piek van deze aandoening in de periode 2010-2020.

Het mysterie van het stijgend aantal asbestslachtoffers is dus bij deze opgelost. Het aantal slachtoffers stijgt zoals voorspeld kon worden, en het aantal slachtoffers zal bovendien de volgende jaren nog verder toenemen. Elementary, my dear Watson.