Doorgaan naar hoofdcontent

Zittend werk en diabetes type 2

Deze tekst is eerder verschenen  in de PreventFocus van maart 2019.


De nadelige gezondheidseffecten van een sedentaire levensstijl zijn al langer gekend. Over de effecten op de gezondheid van zittend werk, dat wil zeggen een beroepsmatige blootstelling, is minder consensus. Uit systematische analyses van onderzoek naar de gezondheidsuitkomsten van zittend werk blijkt alleszins dat deze sedentaire beroepsuitoefening bij vrouwen geassocieerd is met een hoger risico op suikerziekte. Interventies via het werk kunnen een positieve impact hebben op het voorkomen van deze aandoening.



Inleiding
Het verband tussen zittend werk en gezondheid is al meer dan 60 jaar onderwerp van epidemiologisch onderzoek. In 1953 vonden Engelse onderzoekers een hoger sterftecijfer en hartlijden bij buschauffeurs, wanneer vergeleken met de kaartjescontroleurs.
Het gros van het onderzoek echter is eerder gericht op een globale sedentaire levensstijl, en niet specifiek op het beroepsmatig gezondheidsrisico van zittend werk. Het verband tussen zittend werk en een sedentaire levensstijl is complex, en in sommige gevallen tegenstrijdig. Het is dus belangrijk om het beroepsmatige risico apart te bestuderen, de gezondheidseffecten te evalueren, en uit deze bevindingen gerichte interventies te formuleren.

Studies naar de impact van zittend werk op de gezondheid
Systematische reviews van gezondheidsstudies hebben verbanden aangetoond tussen sedentaire levensstijl en globale mortaliteit, hart- en vaatziekten, diabetes type 2, colon-, endometrium-, long- en borstkanker en depressie. Naast de totale hoeveelheid tijd besteed aan zitten, blijken lange, ononderbroken tijdsstukken van sedentaire tijd bijzonder schadelijk te zijn. Dit laatste houdt dus niet enkel zittend werk in, maar ook bijvoorbeeld reistijd in de auto of televisiekijken.
De grootste werknemersklassen die zittend werk uitvoeren, zijn beeldschermwerkers, loketbedienden, callcentermedewerkers en (vrachtwagen of bus)chauffeurs.
Het bewijsmateriaal met betrekking tot gezondheidsresultaten specifiek voor zittend werk, dus een deels sedentaire levensstijl opgelegd in de vorm van een beroepsmatige blootstelling, is over het algemeen minder consistent dan voor een globaal sedentaire levensstijl. Dit is te wijten aan verschillende factoren: verschillen in de proportie van de totale dag die wordt besteed aan werk, moeilijkheden in kwantificeren van de zittijd, verschillen in leefgewoontes buiten het werk, en selectiebias bij diegenen die zittend werk doen. Zo kan het zijn dat mensen met gezondheidsproblemen eerder zittend werk verrichten. Conflicterende factoren voor sommige aandoeningen (bijvoorbeeld zoals de relatie tussen sociale klasse en hart- en vaatziekten) bemoeilijken ook nog eens epidemiologisch onderzoek op dit gebied.
Dankzij de recente technologische vooruitgang met toenemend gebruik en betrouwbaarheid van versnellingsmeters zoals de Fitbit en de Apple Watch, wordt het wel steeds eenvoudiger om blootstelling aan zittend werk op een min of meer uniforme wijze te gaan objectiveren en kwantificeren.



Welke gezondheidseffecten van zittend werk
Bovenstaande caveats in acht genomen, zijn er wel verschillende degelijke studies verricht die de impact van zittend werk op de gezondheid kwantificeerden. Een systematisch overzicht uit 2010 analyseerde 43 dergelijke studies. In het overzicht bekeek men voor de verschillende studies de associaties tussen zittend werk en body mass index (BMI), kanker, cardiovasculaire ziekte, diabetes mellitus type 2 en mortaliteit.
De helft van de studies tonen een positief verband tussen zittend werk en BMI, maar ze kunnen een oorzakelijk verband niet bevestigen. De eerder vermelde factoren zorgen hiervoor: leidt het zittend werk tot overgewicht, of gaan mensen met overgewicht eerder kiezen voor een functie met zittend werk? Of zijn er andere sociale factoren die ertoe leiden dat bevolkingsgroepen die in grotere mate lijden aan overgewicht, ook zittend werk uitvoeren?
Er is enig bewijs voor een positief verband van zittend werk met kanker en mortaliteit, maar enkel bij vrouwen. Het is nog niet duidelijk waaraan dit verschil precies te wijten is. Een hypothese is dat hormonale factoren aan de basis liggen, waardoor vrouwen bij langdurige sedentaire sessies meer neiging hebben tot klontervorming in de perifere bloedvaten. Een genetische voorbeschikking kan  ook aan de basis liggen, of (een combinatie van) sociale factoren; meer onderzoek is nodig.
Uit de meeste studies blijkt wel duidelijk dat zittend werk geassocieerd is met een hoger risico op het ontwikkelen van diabetes mellitus type 2. Hierover ga ik lager in meer detail op in.

Zittend werk en suikerziekte
Meer dan 90% van de mensen die aan suikerziekte lijden, hebben diabetes mellitus type 2. Deze aandoening treedt vooral op vanaf de leeftijd van 40 jaar. Twee problemen liggen aan de basis: er wordt onvoldoende insuline aangemaakt, en de werking van het aanwezige insuline is verminderd. Erfelijke aanleg speelt een rol, maar overgewicht en gebrek aan lichaamsbeweging vergroot het risico op de ziekte.
Een grote, prospectieve studie uit 2003 van 68.497 vrouwen objectiveert een verband tussen televisiekijken en ander sedentair gedrag met een verhoogd risico op het ontwikkelen van obesitas en diabetes mellitus type 2. Elke toename van twee uur per dag zittend werk gaat gepaard met een toename van 7% van het risico op diabetes.
Interessant is dat twee uur per dag thuis staan ​​of rondlopen gepaard gaat met een daling van het risico op diabetes met 12%. Elk uur per dag stevig wandelen is geassocieerd met een vermindering van 34% van diabetes. Ook interventies op de werkvloer kunnen een dergelijke impact hebben.
Er zijn (nog) geen gelijkaardige studies of systematische reviews verricht specifiek bij mannen naar een mogelijk gelijkaardig verhoogd risico op diabetes van zittend werk. Het lijkt desalniettemin zeer waarschijnlijk dat dergelijke correlaties aanwezig zijn; dus in afwachting van meer definitieve conclusies die al dan niet een dergelijk verband bevestigen, moeten we er voorzichtigheidshalve van uitgaan dat dit verband wel degelijk bestaat.
Suikerziekte kan in een relatief vroeg stadium ontdekt worden met screening aan de hand van een urinestaal. Bloedtesten zijn nog gevoeliger, maar vergen al wat meer organisatie om als screeningsmiddel te organiseren. Vanuit een preventief standpunt zou het nuttig zijn om werknemers met zittend werk via arbeidsgeneeskundig toezicht op regelmatige basis met een urinestaal te screenen op de mogelijke ontwikkeling van suikerziekte. Zeker werknemers met beginnend tot zwaar overgewicht lopen een verhoogd risico.

Besluit
Zittend werk is geassocieerd met een hoger risico op diabetes mellitus type 2. Het is relatief eenvoudig om preventief te screenen op de ontwikkeling van deze aandoening. Nog beter is om het probleem aan te pakken bij de bron: de aandoening is omkeerbaar door een gezonde levensstijl. Het regelmatig onderbreken van langdurige zitsessies door een betere werkorganisatie en het aansporen tot meer bewegen, kan de kans op het ontwikkelen van diabetes significant doen dalen. Dergelijke interventies hebben aantoonbare effecten, maar enkel  wanneer ze op de juiste manier zijn ontworpen en voldoen aan de principes van ergonomie en menselijke factoren.
Voor advies over een duurzaam beleid kan men beroep doen op (onder meer) de externe dienst PBW.

Populaire posts van deze blog

Jicht en jus (d'orange)

Recent heb ik gelezen dat softdrinks een jichtopstoot kunnen veroorzaken! Drinken van twee gesuikerde softdrinks per dag zou de kans op een jichtopstoot met 85% doen stijgen. Het vruchtsuiker (fructose) is verantwoordelijk voor dit verhoogd risico, dieetdranken geven geen probleem. Ook andere producten die fructose bevatten (fruitsappen, appels en sinaasappels) geven een verhoogde kans op jicht!? Kijk, dat is dus nieuw voor mij. In alle overzichtslijstjes voor jichtlijders vind je net terug dat je fruit naar believen mag nuttigen. Snoepjes die fructose bevatten moet je dan weer vermijden. Ja, het wordt soms verwarrend. Jicht is een reumatische aandoening. Ze is al heel lang geleden beschreven.  De Griekse geneesheer Hippocrates had het er 25 eeuwen geleden al over. Men dacht wel altijd dat jicht een gevolg was van een overdaad aan alcohol en rijkelijke maaltijden. De jichtlijder kreeg alle schuld voor zijn ziekte in de schoenen geschoven. Maar het is een te hoog urinezuurgehal

Is maté oké?

Maté is een infusie van yerba maté bladeren in heet water. Het lijkt nog het meeste op thee, en wordt in de Zuid-Amerikaanse landen ook in plaats hiervan en in plaats van koffie gedronken. Eeuwenoud symbool van gezondheid en vriendschap, is deze drank er hét sociale bindmiddel. Maté is ook in de lage landen verkrijgbaar, in kruidenwinkels maar ook in grootwarenhuizen. En het heeft een afzetmarkt. Niet alleen bij inwijkelingen uit Zuid-Amerika. Maté wordt, naast groene thee, namelijk ook aanbevolen als hulpmiddel bij afvallen. Op een relatief bekende website staat maté geklasseerd onder "planten zonder risico", "... U kunt ook rechtstreeks thee van maté of groene thee nemen: gemakkelijk te vinden en veelvuldig gebruikt ..." Tal van dieetwebsites raden ook maté aan, omwille van tal van redenen: naast bijkomend gewichtsverlies, heeft het een beschermend effect op het hart. Het doet de slechte cholesterol dalen en beschermt tegen beschadigingen van het DNA. Het h

Calciumhydroxide in water

Kalkwater of kalkmelk is een oplossing van calciumhydroxide (Ca(OH) 2 ) in water. Calciumhydroxide is weinig oplosbaar in water. “0,17 gram per 100 ml water”. Bron: Chemiekaarten 19 e editie 2004. “Licht oplosbaar in water van 20°C : 1,65 g/l” Bron: Carmeuse.nl In water valt Ca(OH) 2 uiteen in Ca 2+ - en OH - -ionen. Hierdoor ontstaat een basische oplossing. De pH van een oplossing van 0,01% is 11,3. “pH: 11.3 (0.01% at 25 deg C); 12.5 to 12.7 (saturated solution (0.18 g/100 mL) at 25 deg C)” Bron: Intox.org Bij een gesatureerde oplossing (= maximum oplosbare hoeveelheid) bedraagt de pH 12,4 tot 12,8. “pH (saturated solution): 12.4” Bron: Sultanchemists.com “pH: 12,5-12,8 bij een concentratie van 1.070 mg/l” Bron: Carmeuse.nl Bij een langere blootstelling aan calciumhydroxide zullen de huidletsels meer uitgesproken zijn. Dit staat ook als dusdanig vermeld op veiligheidsfiches over calciumhydroxide. “Calcium hydroxide penetrates the ski