Doorgaan naar hoofdcontent

Gebuisde brandweermannen

Ik was in een lang vervlogen tijd de titularis-arbeidsgeneesheer van een aantal brandweerkorpsen.


Een ervan was het ideale voorbeeld van een professioneel brandweerkorps. Moderne uitrusting, een gedisciplineerd team, fitte en gezonde brandweermannen. Ze werden regelmatig uitgebreid getest, en de consensustekst van Co-prev met aanbevelingen naar de medische criteria voor brandweermannen werd naar de letter gevolgd. Was hun VO2max (hun maximale inspanningscapaciteit) te laag, dan werden ze overgeplaatst naar een andere functie. Efficiënt, objectief, correct. I loved it.
 
Het andere uiterste ben ik ook tegengekomen. Een brandweerkorps dat voor het grootste deel bestond uit vrijwilligers, die slechts een heel basic onderzoek kregen. Geen bepaling van hun inspanningscapaciteit. Geen exclusiecriteria. Bij de jaarlijkse rondgang werd ik begeleid door de commandant van het korps. Hij deed me denken aan Werther Van Der Sarren in de Paradijsvogels; snor, bierbuik, the works. Ik maakte een voorzichtige opmerking over de aanwezigheid van twee biertaps in de recreatiezaal. Je weet wel, CAO 100 en zo. Ik kreeg een onthutste, haast verontwaardigde reactie. “Maar dokter! Ze moeten toch kunnen bekomen na een interventie?!” Allrightie then.
 
Doorgaans ben ik geen fan van exclusiecriteria. Het is ons doel, en idealiter ook dat van de werkgever, om het werk aan te passen aan de mens, en niet omgekeerd. Maar soms is dat minder eenvoudig. Bij beroepen waarbij mensenlevens op het spel zijn, zowel die van de werknemers zelf als van het publiek, vind ik dat er wél minimumcriteria moeten zijn. Ik vind het geen optie dat een brandweerman een bewusteloos slachtoffer niet naar buiten kan dragen omdat hij het aan zijn rug heeft. Of dat hij het trappenhuis niet verder opgeraakt omdat hij buiten adem is.
 
Dus wanneer ik nu in een artikel van Kluwer SenTRAL lees dat de fysieke proeven voor de Brusselse brandweermannen worden versoepeld omdat er te weinig voor de testen slaagden, heb ik daar eerlijk gezegd gemengde gevoelens over…

Populaire posts van deze blog

Moderne lotusvoeten

Vandaag verscheen een artikel op VRT NWS , dat schoenen met hoge hakken (voorlopig) lijken te hebben afgedaan. Nu kan ik eindelijk een tekst die ik al sinds begin 2020 als "draft" heb staan, publiceren! Wanneer we lezen over de praktijk van het voetinbinden in het oude China, gruwelen we van zulke barbaarse martelpraktijken. Hoe heeft een schoonheidsideaal ooit in zulke mate kunnen ontsporen? Nochtans bezondigen wij ons aan gelijkaardige praktijken, alleen is het moeilijker om zulke dingen objectief te beoordelen, wanneer je zelf in die cultuur verweven zit. Voetinbinden Ik ga dit cultureel gegeven toch even kaderen. De praktijk van voetinbinden heeft zich in China ontwikkeld tijdens de Tang-dynastie (618-907 na Chr.). Het hield in dat men bij jonge meisjes de voeten omzwachtelde. De vier kleine tenen werden naar binnen geplooid en braken uiteindelijk vanzelf. De grote teen bleef recht. Het resultaat was een "lotusvoetje". Dit gold als een teken van wels...

Werken bij warm weer

Een tijdje geleden heb ik een tekst opgesteld over werken bij warm weer, en op deze zwoele zomerdag is het wellicht hét moment om deze ook eens op mijn blog te plaatsen. Als je daar geen boodschap aan hebt, en liever weet hoe je de werkgever overhaalt om een korte werkbroek voor je aan te schaffen, verwijs ik naar een eerder blogartikel " kort van stof ". Weet je, de wetgeving over werken bij warm weer wordt chronisch geplaagd door een misverstand over de gebruikte begrippen. Het zit zo. De normen worden berekend op basis van de WBGT-index. WBGT staat voor "Wet Bulb Globe Temperature". Deze index drukt de gevoelswarmte uit. Met een vochtige globethermometer worden vier parameters bepaald. Naast de temperatuur worden ook de straling, luchtsnelheid en vochtigheidsgraad gemeten. Want een droge hitte met veel wind bvb. geeft veel minder hinder dan een drukkende, vochtige hitte met windstilte. De wetgeving zegt bvb. dat je bij een WBGT-index van 31,5 en zwaar werk (v...

Organic Dust Toxic Syndrome (ODTS)

De term Organic Dust Toxic Syndrome werd voor het eerst in 1985 gebruikt. De aandoening, die is gekenmerkt door griepachtige verschijnselen, geeft doorgaans geen blijvende schade.   ODTS? Toxische inhalatiekoorts veroorzaakt door een plotse blootstelling aan hoge dosissen organisch stof werd al in de jaren 70 in de medische literatuur beschreven. Op een symposium in 1985 werd voor het eerst de term Organic Dust Toxic Syndrome (oftewel Toxisch Organisch Stof Syndroom) geopperd. De aandoening is gekenmerkt door griepachtige verschijnselen met soms ook klachten van de longen die één tot vijf dagen aanhouden, en geeft doorgaans geen blijvende schade. Oorzaak ODTS kan optreden in allerlei werksituaties en beroepen met blootstelling aan organisch stof (zie kader). ODTS wordt veroorzaakt door een plotse en hoge blootstelling aan stof van organische oorsprong dat grote hoeveelheden bacteriën en/of schimmels bevat. De bacteriën bevatten endotoxinen, en de schimmels mycotoxinen ...